Erik Lindner

Achtergrond

 

Deze recensie verscheen in De Groene Amsterdammer, jaargang 131 / nummer 44, op 2 november 2007.

Kunstgras in de badkamer


Ruth Lasters. Vouwplannen. Meulenhoff │Manteau, 56 blz. € 18,95

 

Voor de tentoonstelling 'Vreemde dingen: surrealisme en design' in het Museum Boijmans Van Beuningen zijn er werken verzameld als een tafel op vogelpoten en een in stof verpakte naaimachine. Het zijn ikonen, zoals de sofa in de vorm van de lippen van Mae West. Andersom bekeken lijken anno 2007 de werken van Dali en verwanten nogal op de computerwerkelijkheid van Second life. Vooral de schilderijen van Paul Delvaux tonen overeenkomsten met de gewaden en de zelfgemaakte huizen die de bewoners van die virtuele wereld zich aanmeten. De Franse dichter Jacques Darras stelde het surrealisme voor als het modernisme van de armen. Als kunst democratiseert, wat in Second life het geval is, wordt er nogal regelmatig teruggegrepen op de esthetiek van het surrealisme.

 

Van Ruth Lasters, die deze week de Vlaamse debuutprijs ontvangt voor haar roman Poolijs, verscheen een dichtbundel, Vouwplannen. Lasters is een lustig verzamelaar van beelden. Regenschermen groeien onder de elleboog, okkernoten worden verzameld in een schort, appels stapelen zo mooi. En al even lustig gaat Lasters tekeer met haar beelden, koppelt ze aan andere beelden en begrippen en zet ze samen in gang.

 

De onderste tree van de

trap een spatiebalk, spring erop

en de hall verzuimt zichzelf tot open

vlak, dimensieloos

 

wordt glimlach spiertrekking van

leegte, dwarrelend op

visgraat van gelijkvloers zwart/wit/zwart nadert

 

dag met regelmaat van rood/wit/rood radijzen duizend

in een bad en aan het oppervlak onvindbaar

een vrouwenmond:

was me.

 

Het lijkt een harde lyriek die Ruth Lasters verder schrijft. Haar taal is scherp en ze confronteert de lezer graag. Deuren gaan renderen, een weg eist stakingsrecht. Haar beelden, associaties en ideeën, hoe maf ook, zijn strak gecomponeerd. Vouwplannen is bijna vormvaste poëzie. Alle 39 gedichten van tien tot twaalf regels kennen een stelselmatig verloop: van beeld naar vervorming, aaneengeregen met een ander beeld komende tot een abstracte of idiote stelling. De aantrekkingskracht van dit debuut is haar eigen idioom: ze stelt haar particuliere associaties voor als wetmatigheden. Regelmatig spreekt de dichter de lezer toe en vraagt die zich iets in te beelden. Alsof we allemaal dezelfde verbeelding hebben. Alsof we een pompje onderhuids hebben waar we maar op hoeven drukken en omgedraaide tafels veranderen in paarden die op hun rug liggen.

 

Soms werkt dat niet. Als Lasters vraagt 'Stel dat alle flaters van het Groot Dictee der Nederlandse Taal / jaarlijks getatoëerd worden op iemands rug' denk ik: nee, dat wil ik niet. Ook niet me voorstellen hoe toeristen die ruggen in mogen smeren met sunblock voor een prik. In dat geval ontstaat de gedachte dat de dichter teveel haast maakt met haar invallen. Niet alles werkt. In een ander gedicht lijkt Lasters dat zelf dondersgoed door te hebben en schrijft ze: 'gemakzucht is voor een gedicht wat / noorderlicht voor remslaap is.'

 

Lasters jongleert. Ze kan zo onbekommerd banjeren door de taal als alleen een debutant dat kan. Beeldassociaties en woordassociaties gaan bij haar hand in hand. De verloren haar in bad is bindbaar rond een boek in pakpapier. Tegelijk wordt een seconde een letter in een nooit gestelde vraag. Als veel dichters lijkt Lasters verbaasd, gefascineerd door de werking van taal. Wat als een bepaald woord niet zou bestaan ('tulp' bijvoorbeeld), welke ruimte neemt die dan in? Is de stilte die het wissen van een dergelijk begrip oplevert opneembaar? Ruth Lasters is uniek in de ogenschijnlijke argeloosheid waarmee ze woorden en hun leemtes opsoepeert.

 

Geen tak. Maar dat er ergens, waar dan ook, nu

vast een tak afbreekt, wou ik je geven. Die zekerheid.

Dat men hem, 130 centimeter lang, ginds naar

 

een hond zou willen gooien maar er loopt een kat,

wou ik je geven. Dat ongenoegen. Dat men een bal ermee

wil vissen uit een beek maar er drijft slechts omgekruld

 

een blad. De lusteloosheid van hoe iemand hem in stukken

knakt, wou ik je niet geven. Maar hoe er daarna dan op

exact 130 centimeter afstand drijvend

 

bal langs.

 

Grillig en lenig is de gedachtenwereld van Ruth Lasters. Zelfovertuigd is haar taal. De vouwplannen uit de titel keren tweemaal terug in de bundel. In het gedicht ‘zaal’ wordt een man of vrouw aangesteld om voor elk ding 'dat ik jou niet zeg, voor elke niet-/ aanraking' een klapstoel open te vouwen in een zaal. Een bezoekbare zaal waarmee de dichter opnieuw kenbaar wil maken, visueel wil krijgen hoe raar taal en ook onuitgesproken taal werkt. In het gedicht ‘plan’ wil de dichter iets roven: het ‘oervouwplan’. In een plat karton kan je niets stoppen, in een uitgevouwen doos wel. Maar Lasters zou Lasters niet zijn of ook dat platte karton bewaart wel degelijk iets: ‘het wegwaaien van dingen’. En voort wiegt ze haar regels weer, de wind blaast een goochelcape van paarsblauw vilt 'rond het bruto nationaal product van opgehaalde / schouders'.

 

Rogi Wieg noemde in Het Parool in de jaren tachtig het surrealisme 'die slechte raadgever van jonge dichters'. Dat veronderstelt de grijsaard uit de jaren dertig van de vorige eeuw als een soort kinderlokker die hallucinerende snoepjes uitdeelt, die maken dat we objecten menselijke eigenschappen meegeven en begrippen laten vervloeien. Misschien zag Rogi toen al spoken. 'Surrealistisch' is inmiddels geen verwijzing naar een stroming meer, maar verwoorden tot een adjectief. Als Ruth Lasters vraagt of er badkamers bestaan met tussen tegels kunstgras, is dat geen kunsthistorische verwijzing, maar een frappant beeld. Ik denk dat deze dichter zich weinig aan geboden en raadgevers gelegen laat. Met haar Vouwplannen is ze in een klap binnen. Ze heeft een eigen procedé uitgedacht en volop uitgewerkt, die ze in een homogene bundel presenteert. Het zal me niet verbazen als haar volgende bundel daar radicaal van afwijkt. In haar eigen woorden: 'nooit weigert / een ruit weerspiegeling van vuist die haar stukslaat.'

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact