Audiocorrespondentie Taipei 9.1.2007

De geur van verbrande autobanden aan de Oost-Chinese Zee. De medicinale lucht in de buitenwijken van Taipé: als van gestampte aspirines. Een muurschilder stapt met zijn uitklapladder alsof het stelten zijn. Onder de gaanderij de mandoline, het hoge gezang. Net als men met stokjes eet, heeft de vuilnisman een grote knijpstok om het afval op te rapen.

 

Diefstal lijkt geen gewoonte in Taiwan. In stegen blijven ’s nachts voorraden staan, gasfornuizen en kookstellen. Op een plantsoen een open dansles– door een microfoon aan haar koptelefoon instrueert een dame tientallen ouderen. Honden zijn T-shirts aangetrokken, hun voorpoten steken door de mouwen. Op reclameborden staan stripfiguren, manga en dierengezichten. Zelfs de ambulances hebben een zusterfiguurtje met snavel op hun flank. Metalen buizen buigen uit en in het asfalt bij de ingang van een fietspad. Voor de brandweer kleurt de stoeprand rood.


Verkopers duwen met hun hele lijf de karretjes de nachtmarkt op. Een bestuurder van een scooter draagt een helm over de capuchon van een regenjas. Meisjes maken vredestekens tegen hun wang om op de foto een slank gezicht te krijgen. Een verkoper toont met een mobiele telefoon de klant de prijs. Boven de stalletjes een rondraaiende boog ijzerdraad om vliegen weg te houden. Kalligrafie, kleurpigment. Rietsuiker tot sap geperst. Van een wit stuk deeg raspt een man noodles in de soep. Een CD als reflector aan de bagagedrager van een fiets. Een man rijdt een schaal gesneden fruit opgehouden door zijn rechterhand op een scooter weg.

 

Niemand lijkt zich aan mij te storen in de stad. Mensen lopen rakelings langs elkaar, schampen soms de schouders. Als iemand bidt, lopen anderen daar gerust voorlangs. Aan een tafeltje naast een tempel voorspelt een man rokend en theedrinkend de toekomst. Uitvouwbare papieren zakjes om uit te drinken. Mondhygiënisten aan het werk in een vitrine. Crèches ingericht als speelgoedwinkels.

 

ABN – AMRO plaatst naast het hoogste gebouw ter wereld een kleine houten watermolen. ING zet twee reuzenklompen in een fort aan de monding van de rivier in zee. Borden geven voorschriften tegen vogelziekte. In de zee kleine zwarte rotsen. Een kudde van acht zwerfhonden wandelt over het strand. Als er een de duinen in gaat, blijven de zeven anderen wachten. Wat is aangespoeld is door mensenhanden gemaakt.