Audiocorrespondentie Taipei 16.1.2007

Een parkeergarage in een park. Een spinnenweb als plat dak op de toppen van takken. Een enkel blad waar de wind langs gaat, of dat los op de steel zit, beweegt.

 

Is Taiwan een modernere maatschappij dan de onze? Strepen op het platform waartussen men wacht om mensen die uit de metro komen niet in de weg te staan. Strepen op het platform waarbinnen ‘s avonds cameratoezicht is. Een parapluhouder met de vorm van een eekhoorn zegt als je binnenkomt welcome en als je weggaat ba-bye. Planken in publieke ruimten om baby’s te verschonen. Metalen bakken bij iedere metro-ingang met plastic hoezen om bij regen paraplu´s in te steken. Stofmaskers en hoeden. Verrekijkers en fototoestellen. Vouwfietsen met lage zadels. De gestapelde plastic helmen van wegwerkers. Het vlak op het wegdek voor de scooters die bij het stoplicht links afslaan. De brug van twee waterbuizen boven de rivier. Het dopje op de punt van een paraplu om die ook als wandelstok te kunnen gebruiken. De elektriciteitsmeters buitenshuis, boven de brievenbus. Bij mensen thuis: het tl-licht in de woonkamer, de staatsieportretten van de grootouders. De badkamers lijken op die bij gymnastieklokalen, de kleine vierkante grijze tegels. Op een plat dak stoelen, een koffer, een kinderwagen en twee tv´s.

 

De waardeloosheid van westerse tekens: een jongen in een tempel bidt met een playboy T-shirt aan.

Een man die langzaam loopt en plotseling begint te rennen. Een vrouw schudt haar linkerpols los terwijl haar rechterarm haar man omhelst. Witgepoederde dames kauwen op suikerriet. Vrouwen zitten op geparkeerde scooters. Een vrouw eet aardbeien in een lege apotheek. Een doofstomme plantenverkoper gebaart. Op een straathoek worden kasten gezaagd. Een verkoper stampt in een zilveren beker kruiden fijn. Wast eieren schoon. Een meisje gaapt met een hand voor haar mond. Een scooterbestuurder slaapt voor het stoplicht.

 

Taipei is vol parken waarin niemand voluit tai-chi doet, maar mensen wel de benen strekken, met armen zwaaien, over stenen lopen als voetmassage. Ruggelings op de ingemetselde banden van een vrachtwagen liggen. Een wit hondje loopt op vier gebreide vingerhoedjes als sokken. Drie meisjes duwen de rolstoelen van hun grootouders voort en zwaaien in hetzelfde ritme met hun kont. Op een straathoek hangt een dekbed aan een waslijn. Een oude vrouw zit op een bureaustoel met een wandelstok tussen haar knieën geleund.