Audiocorrespondentie Taipei 23.1.2007

Zijspiegels klappen automatisch dicht als een man de auto op slot klikt. Een chauffeur mindert vaart, opent de deur en spuugt zijn betelnoot op het wegdek. Boven de bergen een grijze lucht. Onder de brug slapen chauffeurs in hun taxi’s, een arm langs de leuning boven hen.

 

Een agent staat kalm op een voetstuk in de metrohal. Ondanks alle moderniteit zijn er mensen bang op de roltrap, klinken er instructies de band vast te pakken en dan pas op de trap te gaan staan. Filmtrailers op de perrons, filmtrailers in de bussen, filmtrailers op de pinautomaten. Waterflesjes aan touwen aan de markiezen. Mensen wachten naast hun vuilnis op de wagen.

 

Voor ik vertrok las ik een interview met Italo Calvino, waarin hij stelde dat Breton de beschrijving wilde vervangen door de foto. Terwijl Calvino de beschrijving wilde herstellen. Maar wat is in een tekst een foto? Ik zie bussen waarop de letters vakje voor vakje van het Chinees naar het Engels verspringen. Het stalen karkas van een huis met een hijskraan ervoor. Steigers van bamboe. Natte kledingstukken aan knaapjes die met een stok aan een lijn gehangen worden. Slapende mannen achterin een restaurant. Twee langharige katten die languit op tafels liggen. Een jongen en een meisje slapen tegenover elkaar in een theehuis met het hoofd op een kleine tafel. Een man kijkt alsof hij is afgebeeld op een affiche.

 

Wat doen westerlingen in de reclames hier? In de dierentuin roepen Taiwanezen engelse woorden naar de apen.

 

Sportschoenen in folie. Wierrook boven het geofferde eten. Een man die zich achter een marktkraam elektrisch scheert. Regenjassen drogen over de sturen van scooters. Vijftig gele handdoeken aan knijpers voor een kapperszaak. De metalen deuren in de betonnen muren. De kindvrouwtjes, de paardenstaarten, de Japanners. De neuzen die dikker lijken omdat ze ondieper zijn, minder uitsteken. De naar onder gekeerde neuspunten. De hoge voorhoofden, de hoge jukbeenderen. De korte kinnen. De glinstertjes in het breiwerk. De hemden met korte mouwen. De honkbalpetjes. Kopjes waarop als deksel een bolletje zit, met een rietje erdoor. De jade stempels, de lampionnen, de boilers op balkons, de vlinders in de parken, de opengesneden zwartplastic zakken om gymnastiek op te doen. De voetgangersbruggen. De bochten in de boomstammen. De elektriciteitsmasten op betonnen palen in de stad. Pvc-buizen langs de gevels. Een man die met een bezem een reclamebord afstoft.