Audiocorrespondentie Montreal 16.5.2005


Gisteren struikelde ik over een betonnen plaat die op het trottoir lag. Ik liep door en keek om en zag een paar mensen bij die plaat staan waarvan er een nadeed hoe ik struikelde. Hoe langer ik hier blijf, hoe minder ik me verbaas. Steeds spaarzamer vallen me details op. De driedubbele ramen en balkondeuren. De melancholieke poolhonden. De fluor in het drinkwater die iedereen reclametanden geeft. Vanuit de bus: rijen bomen langs de snelweg waarachter het bos is gekapt. Een rivier met steenmassa´s, kajakkers, de snel en langzaam stromende gedeelten. Op straat: de klaar-overmoeders. Twee jongens met rugzakken die oplopen, elkaar even zoenen en dan weer doorlopen, alsof dat in hun agenda stond. Een vrouw slaapt in een auto met een telefoon in haar hand op schoot. Sportvelden, de achterkant van een kerk. Langs een promenade zijn de stammen in snoeren met kerstlampjes gewikkeld. De overdekte markt Jean Tallon met watermeloenen op een parkeerterrein. De zwerver die ik geen dollar geef roept me het ergste scheldwoord dat in hem opkomt na: conservative.

 

Anne van Leeuwen, ambassademedewerker in Ottawa, stelt een kanttekening bij hoe Canada zich als kampioen van multiculturalisme en tolerantie presenteert. Immigranten worden streng getest en geselecteerd op academische graad. Canada is zo beschaafd dat het saai lijkt. Toen ik op het busstation van Quebec ville de bedachtzame intellectueel dacht te herkennen die me ophaalde voor de Salon de livre, haalde die een bezem achter zijn rug vandaan en begon de stoep te vegen. Ik was dolgelukkig toen ik in het fotografiemuseum een groep mongoloïde kinderen zag rondstruinkelen. En toch val ik voor het gebrek aan culturele verlegenheid. Chinezen kijken je recht in de ogen. Groepen vrienden of vriendinnen zijn van gemengde afkomst. Een stelletje heeft op de armen dezelfde tatoeages, al vallen ze bij de Ierse jongen veel sterker op dan op de donkere huid van zijn vriendin. Mensen uit Frankrijk onderstrepen dat in Canada status en afkomst geen rol speelt, dat iedereen een kans krijgt. Wie zich niet bewijst wordt makkelijk ontslagen. Vrouwen krijgen en nemen hier veel meer de ruimte dan in Frankrijk. Alleen in Vancouver aan de westkust moeten er raciale problemen bestaan met Hongkongse zakenlieden die er huizen opkopen en die het grootste deel van het jaar leeg laten.

 

In de oude haven van Montréal ligt het marineschip de HNMLS Tromp met op de boeg een spandoek: Thank you, Canada. Nederlandse matrozen vertellen dat ze geen heimwee kennen, alleen uitzien naar de volgende haven. Op open zee speelt hun leven zich onder zeespiegel af. Alleen de rokers komen ´s avonds bovendeks. De viering van de bevrijding, die hier nog steeds gaande is, brengt me naar dansvoorstellingen en openingen in musea. Bij een receptie in het Ritz-Carlton ben ik van de driehonderd aanwezigen de enige die het Wilhelmus niet meezingt. Waarom zingen van voetbalelftallen 50% het volkslied, en bij kunstaangelegenheden zowat 100%? Is het de witte wijn die de consul schenkt? Kleine veteranen staan voorovergebogen van de medailles. Een veteraan laat een liefdesbrief uit 1945 van een Nederlands meisje zien die hij nooit heeft beantwoord en nog steeds in zijn binnenzak draagt, in een envelop met voedselbonnen. De dansers van Emio Gréco liggen als paspoppen uitgestrekt op hun zij op het podium. In het jazzcafé legt de pianist een telefoongids op zijn kruk. Het Musée de Beaux arts haalt voor de gelegenheid Nederlandse meesters uit de kelder. Een boomblad waait de galerie Artmur binnen tussen de jaargang tot papieren hoedjes gevouwen rouwadvertenties van de Groninger Creq Que.

 

De schilder Balthus zei dat iedereen die naar de natuur werkt zichzelf op een gegeven moment gaat wantrouwen. Het oog went aan wat het ziet. Na zes weken vallen me de huizen die als kleine tenen voor de mammoetpoten van wolkenkrabbers staan niet echt meer op. Ik raak er aan gewend dat in cafés meisjes in mum van tijd bloemenvaasgrote pinten leegdrinken, dat eekhoorns rond boomstammen klauteren en je aanstaren. Dat mensen hier ijsjes eten als het regent, dat bij iedere koffiebeker een rietje wordt geleverd. Montréal opnieuw leren zien: de eerste keer over een straat uitkijken vanaf een buitentrap. Wat ik mis, is het weifelen. Iemand een straat in zien lopen, stilstaan en dan weer teruglopen. Wat ik hier mis, zijn vergissingen.