Deze recensie verscheen in Poëziekrant, 33ste jaargang nummer 4, juni-juli 2009

Als grootverpakking op de tong

 

Erik Jan Harmens. Gospels en psalmen. Nijgh & Van Ditmar, 2008. 64 blz. / €15,-

 

door Erik Lindner

 

De titel van de derde dichtbundel van Erik Jan Harmens, Gospels en psalmen, lijkt een tegenstrijdigheid te bevatten. Een gospel is een lied van Amerikaanse zwarten dat geïnspireerd is op de hymnen van de slaven. Een psalm is een van de liederen van de Israëlieten uit het Oude Testament. Of Harmens zijn uit hedendaags taalgebruik opgebouwde gedichten in die betekenissen ziet, is maar de vraag. Van de tegenstrijdigheid van de titel maakt hij dankbaar en bewust gebruik. Zijn denderende dichtregels roepen iemand aan, een god of zoiets, vaak ingekort tot het initiaal 'g'. Of Harmens een modieus taalgebruik hanteert om de wereld een spiegel voor te houden of juist eerder om de traditionele dichtkunst met een karwats ervan langs te geven, is een tweede kwestie die ik onbeantwoord laat. Het zou me niet verbazen als het hem om beiden te doen is.


Harmens debuteerde in 2003 met de bundel In menigten. Het jaar daarvoor was hij de eerste Nederlandse slamkampioen. De gedichten in zijn debuut leken laconiek en vooral op niveau van de losse regel kernachtig, als kreet of oneliner. Als het eten in 'de kliko' verdwenen is en de moeder van de ikfiguur gevallen omdat een stoel er niet stond, wordt de broer gebeld. 'hij vraagt wie ving haar op ik zeg het clicklaminaat'. Die rijm 'kliko / click' klinkt humoristisch en het veelvuldig gebruik van tijdsgebonden en specifieke woorden geeft de poëzie van Harmens iets opzettelijk en nadrukkelijk gesjeesds. Typerend zijn woorden als 'puberpiercingplakplaatjestaal' in zijn tweede bundel Underperformer uit 2005, waarin ook een hoop Engels uit de financiële wereld voorbijkomt. Dat Harmens slamkampioen werd, is niet helemaal verbazingwekkend als je bedenkt dat hij in de late jaren tachtig ervaring opdeed als performance-dichter, assistent was van benn w. posset van het One World Poetry-festival en, op tegenuitnodiging van de Amerikaanse dichters die hij naar Amsterdam haalde, voorlas in het Nuyorican Poets Cafe in New York. 'Word!' was het woord dat hij leerde roepen. Harmens verstond op vroege leeftijd een andere vorm van voordracht en van poëzie dan de geijkte.


In het begin van zijn nieuwe bundel lijkt een filmrealiteit te bestaan. 'het hijsen van de vlag moest over / het juichen moest eerst harder en toen zachter.' Harmens' vergelijkingen zijn volstrekt origineel en vliegen vaak wat doelbewust uit de bocht. Zo jammeren interieurverzorgsters 'als een stagiair van een slager in gewetensnood'. Dat klinkt bedacht en ook een beetje duister. Als god daarna aan bod komt, wordt hem gezegd: 'ik heb u de rug toegekeerd / door als een tol om mijn as te tieven'. Harmens gebruikt vaker gebruikt het neologisme 'tieven'.

Het is raadzaam Gospel en psalmen eerst open te slaan bij de aantekeningen achterin, waarin bepaalde verwijzingen, afkortingen, namen en termen uit computerspelletjes verklaard worden. Net als in zijn vorige bundel maakt de dichter nog steeds vaak en graag plakwoorden die op zichzelf wél duidelijk zijn, zoals 'grofpixelgrijns'. Harmens wil graag hard klinken en doet daar flink zijn best voor: 'ik snerpte loofliedjes als een kraai tussen een autodeur'. Af en toe klinkt zijn stem als een parodie op een man die op de kermis het publiek opzweept munten in cabines te gooien. Zijn ritme is staccato en meestal eentonig, wat duidelijk ook zijn bedoeling is.


Erik Jan Harmens heeft inmiddels school gemaakt. Als jurylid bij poetry slams ageerde hij tegen het gebruik van alliteratie en sleetse metaforen. Zijn invloed op een jongere dichter als Lucas Hirsch is evident, en ook Bernard Wesseling steekt niet onder stoelen of banken dat Harmens zijn voorganger is. Bepaalde gedichten uit diens debuut Focus zijn met het stemgeluid van Harmens in het achterhoofd te lezen. Of er uiteindelijk een verschil is tussen slam of voordrachtspoëzie en gebundelde poëzie is alleen maar een kwestie van definities. Harmens heeft zich duidelijk van het slamcircuit willen onttrekken om te publiceren, terwijl Wesselings debuut meteen de Buddingh'prijs won.


'g zie dit lichaam wellend als pomodori / het hijst zich over straat / het legt zich te rusten als iets wat niet meer gaat'. De verwantschap aan rap levert veel rijm aan Gospels en psalmen, dat eerder vlot dan al te dwingend is. Vier teksten, die allemaal ‘serial prayer’ heten, klinken als razende monologen en zijn eerder tekstbrokken dan gedichten en denderen nog sneller dan de one-liners door: 'huppelen we / het camerastandpunt uit de menigte murmelt van huh en huh'. 'foejakka' is een andere kreet uit Harmens persoonlijk jargon. 'mocht je de cue niet herkennen dit is een go'. De woede die onder Harmens woorden schuilgaat, komt het meest prominent naar voren in de 'geweigerde gospel' die de dichter aanvankelijk schreef voor een nieuwjaarsreceptie voor de Amserdamse burgemeester Job Cohen, maar die het communicatiebureau Xsaga toch maar niet wilde laten voordragen op de plechtigheid. Heikel punt was de regel 'de burgemeester smoezelt alles komt goed', terwijl Harmens' bittere engagement eerder uit andere regels klinkt, 'als de laatste dichter tegen de muur is gezet is het tijd voor het avondcabaret' of 'bouwputten vormen nieuw stalingrad'. Harmens is 'een dichter die jouw businessplan een oor aannaait' volgens hetzelfde gedicht.


Als de titel 'piripirigospel' valt, ben ik geneigd gospel als 'go-spel' te lezen, oftewel het Aziatische spel go. 'een dirigent zwaait zijn strijkers als een spast uit de maat' is een andere hoekslag van Harmens. 'ik meen dit allemaal niet het werd me als grootverpakking op de tong gelegd'. In 'gospel met die heupen' heten 'mijn kaken naar uw evenbeeld geschapen'. En in 'gospel voor de slechthorenden' schrijft Harmens 'met al mijn tandplak heb ik u vader lief'. Op die momenten klinkt Harmens even als een kwadere scribent van het studentenblad Propria Cures, die cynisch en hard op de wereld reageert.


Afrekenen met een religie lijkt Harmens bedoeling niet en is ook niet noodzakelijk vanuit zijn achtergrond. Hij wil snerpende en snoeiharde poëzie maken. Dat doet hij zo onophoudelijk dat hij zijn doel voorbijraast en melig wordt, of in ieder geval melig klinkt. 'o heer spuit uw oren uit en hoor mij aan'. Harmens mitrailleert regel na regel op zijn lezer af, alsof hij bij voorbaat al terugschiet voor wij het vuur hebben geopend. Op zijn best vind ik hem als hij de Nederlandse maatschappij bij de neus neemt, waarin we moeten 'recreëren waar bordjes roepen recreatieplaats'. Spreken beklijft niet volgens de 'kikkomanpsalm' van Harmens, er moet geschreven worden en wel met het toetsenbord: 'als ik typ nou ja dan rolt het als drop in een dropfabriek van de band'. Nogmaals dendert Harmens zo door in een regel dat die totaal uit de band van de bundel vliegt en over drie regels gezet dient: 'had ik jou niet op de wereld gezet dan had je nu niet gehuild om de laatste veren van ik denk een duif op de onderbroken streep van de provinciale weg'. Vaak is er een wak in de bundel, waar een kind in valt of is gevallen. Vaak wordt wat iemand zegt maar half verstaan. 'was er maar een engel who could show some id' dicht Harmens. En: 'je wilt niet weten hoe ik douche'.


'nulgooglehitsmeisjes' bewonen de gedichten van Erik Jan Harmens en er klinkt 'woonmallarenamuziek'. In deze bundel wordt een scheiding tussen personen gesuggereerd en uitgebeeld in ferme, rake klappen. 'psalm voor de hengst' is dan ook een titel die boven de laatste paar gedichten telkens opduikt. De auteur is radeloos en went zich roepende tot een anonieme. 'kom uit het donker kom in het licht / verberg uw aangezicht niet voor mij ten dage dat het mij bang te moede is'.


Ooit, toen Erik Jan Harmens in 1987 als zeventienjarige in het Parktheater in Alphen aan de Rijn opdook, kenmerkte hem een bijna vrome ernst. Hij werd geflankeerd door Sydney van Dijk, die onder het pseudoniem Cor Vonk de dichter van country & western en meligheid voorzag. Het lijkt alsof het werk van Harmens die uitersten opnieuw probeert te verenigen. Gospels en psalmen is beslist geen mooie poëzie en dat is natuurlijk ook absoluut de bedoeling niet. En toch hoop ik dat Harmens poëzie zich zo ontwikkeld dat van geen enkele bedoeling meer sprake is.

  

gospel bedoeld om te bezweren

 

voordat ik mijn boel pak en de deur met kracht achter me sluit

wil ik dat je zegt dat je me aantrekkelijk vindt

ook als ik mors of in de lakens bijt

 

en dan verlaat ik me verder op u

ik zie de hoek die ik om moet om uit het zicht

ik neem aan dat u haar hielen van de lakens licht

om in pas mij van een plan te gaan weerhouden

 

zelfs als ik de sleutel in het slot

en hijgend gas als een fourwheel in de steppe

vertrouw ik dat u dat ledje in haar printplaat dicht

en dan haar lijf languit op de motorplaat

 

en als ik dan toch de oprit nader

verwacht ik haar bouwlamp die mijn zicht verblindt

en als ik dan toch de autoroute

verwacht ik bij de raststätte een bigband en fanfare

 

en gebeurt dit allemaal niet en boek ik ook daadwerkelijk een kamer

dan bid ik dat u de spijt in haar donder steekt

ze me in lagestatussms'jes om genade smeekt

 

en als ik de kamersleutel met kracht op de receptie leg

neem ik aan dat ik naar huis op mijn tomtom tik

en niet met een tolkaart bifiworst van tussen m'n kiezen wik

 

heer in haar hoofd geen kát dan ik

geen kát geen kát dan ik

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact