Inhoudsopgave

 

Het noorden. Het meer tussen...

Steiger en boeg
Bomen buigen weg van de kust...

De zee is paars bij Piraeus...  

De laadklep van een schip opent...

De vorrem van den golf die welvend...

Er loopt een trap de zee in...

Een tafel aan een takel....

De duw waaruit een spons zeemt...

Zand welt op van de bodem voor de....

 

Klockmann

 

Hoe je de stad ook uitloopt, je keert terug langs de rivier

Bij de tramhalte houdt hij...

Met zijn hand houdt hij...

Een fietser nadert een vogelkooi...                                       

Dat ronde meisje danst op het balkon...

Met een hand aan de stang is ze opgestapt...
Een wit paard, de voorpoten aan elkaar...

Jongens rennen langs de weg, hun ellebogen...

Een kleine vrouw houdt een paraplu...

 

Ekerekerenska dat is wanneer de...

 

Acedia           

Drie ranke hoge bomen voor een laan...

Een tekenaar propt bomen in...

Een boom groeit door het lover...

De straat is breed. De huizen laag...

In de storm van zo straks...

Deze zetvorm past ergens in...

Als ik naar zee loop...

 

Terrein

De monteur opent het hekwerk van de liftkooi...

Een deken ligt naast een auto de voordeuren open...

 

Aantekeningen