Deze rubriek verscheen op 7 oktober 2009 op Dichters en denkers online van De Groene Amsterdammer

 


De Spinvis-paradox


Artemis hield een avond over het surrealisme. De bijeenkomst was in een donkere kerk tegenover museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Nu is het bij literaire avonden een zorg of er wel publiek komt. Artemis had daar iets op bedacht. Ze nodigde Spinvis uit, de zanger en muzikant, die Vinkenoog op zijn oude dag nog zo ongeveer een Zwitserleven wist te bezorgen. De avond zou ingeleid worden door een kenner, Laurens van Krevelen. Zo kreeg het publiek een combinatie van educatie en amusement.

 

Van Krevelen stelde de Spiegel van de surrealistische poëzie in het Nederlands samen. Hij was decennialang uitgever van Meulenhoff. Minder bekend is dat hij zelf ook gedichten schrijft, onder de naam Laurens Vancrevel. Die gedichten zijn surrealistisch, in de lijn van Leautréamonts De zangen van Maldoror en het werk van Octavio Paz. Voor Artemis stelde hij voor met een aantal collega's een 'cadavre exquis' te maken, wat een chique naam is voor een soort Zusammenkunstwerk. Voor zo’n kadaver heb je verscheidene dichters nodig die ter plekke een regel schrijven waarvan alleen het laatste woord openbaar is voor degene naast hem.

Volgens de overlevering spreidde dichter Jan Elburg een laken over een tafel op de kunstnijverheidsschool, de voorloper van de huidige Rietveld Academie, en liet zijn studenten allemaal op een stukje van dat laken iets maken.

Je moet op die dingen gebouwd zijn, samenwerken. Het is zoiets als gymnastiek doen in groepsverband, in een band spelen of aan een georganiseerde wandeling deelnemen.

Behalve Van Krevelen was schilder en dichter Rik Lina present, de onnavolgbare anarchistische ambtenaar Jan Bervoets, en Hans Plomp. We kregen een maaltijd in de kerk. Spinvis (wél een pseudoniem) stelde zich voor als Erik, Erik nogwat. En of ik ook surrealist was. Nu schijnt het generatiebonden te zijn om bij elk -isme te gaan spartelen alsof je ingesnoerd wordt in een tuigje in een kinderwagen, tenzij je van dat spartelen weer een -isme wil maken. Waarom je inlijven bij een stroming die voor de oorlog in Frankrijk bijna dictatoriale trekjes bezat? O. En wat ik hier dan deed, vroeg hij ietwat agressief, die Erik. Oftewel Spinvis.

Op het podium probeerde ik het recht te trekken door te zeggen dat alle goede kunst iets surreëels heeft. In de kerk hingen werken van Rik Lina, uitgerold vanaf het balkon. Vancrevel las een mooie reeks gedichten voor. En Hans Plomp leek vooral naar Spinvis te flirten. Joehoe, ik ben ook een leuke gekke oude dichter, net als Simon, wil je mij ook niet beroemd maken bij de jeugd? Dat straalde Plomp uit de hele avond. Hij signeerde een bundel voor Spinvis. Het begon op een wat morbide datingshow te lijken. Oude vergeten dichters zoeken kruiwagens om naar de zandbak te worden gebracht.

Tijdens een interview begon Spinvis met door de microfoon tegen de organisatrice te zeggen dat hij haar eten niet te vreten vond. En dat hij zo tegen de grote platenmaatschappijen was en de hoge heren. En dat de jaren zestig zo goed waren. En meer van die dingen. In de pauze werd in een zijkamer het kadaver gemaakt, de vier dichters zaten aan weerskanten van een tafel en Spinvis aan het hoofd. Ik nam tegenover hem plaats. Hij keek me streng aan. Of ik meedeed? Zo nee, dan opzouten, sprak hij.

De microfoon was nog maar net uit, of het opzoutenwoord was gevallen.

Leuke liedjes, zegt mijn vriend Piet.

Op het balkon maakte Lina zijn schilderijen los. Na de pauze bewogen alle monden van honderden jongeren in de kerk mee op de liedjes van Spinvis. Langs die rare laan met dat water in het midden liep ik naar het station, opgezouten en wel, de handen op de rug gevouwen. Leven wij eigenlijk niet in het tijdsgewricht van de Spinvis-paradox? Cultuurmakers die doen alsof ze de luis in de pels zijn terwijl ze zelf de macht hebben. Verwijzend naar een gevestigde orde die boven hun de dingen zou bepalen terwijl ze de touwtjes in handen krijgen. Docenten die roepen dat hun studenten kritisch in de wereld moeten staan, terwijl die studenten bij goed onderwijs zelf kritische mensen worden. Ouders die zeggen bravo wat hebben jullie je braaf tegen ons afgezet, precies zoals wij dat van jullie hebben verlangd. Liedjeszangers die tienduizenden cd’s verkopen en doen alsof ze avant-garde zijn en dichters die er nog geen twee verkopen de zaal uit bonjouren.

Laurens Vancrevel bundelde zijn 'Poëzie 1960-2008' in een mooi uitgegeven boekje bij zijn eigen kleine uitgeverij Blumes Blondes. In zijn fondslijst staan boeken van Vinkenoog, Elburg, Lehmann, Breytenbach, en ook poëzie en een novelle van Jak van der Meulen, de echte advocaat van de krakers in de jaren tachtig. Het onzichtbare leven heet het verzameld werk van Vancrevel, een treffende titel. Zoals de schilderijen van Rik Lina van koralen en jungles een wereld op zich vormen, zo zijn Vancrevels langere series een eigen universum. Doordat de bundel bijna vijftig jaar bestrijkt, springt hij heen en weer van opdrachten, korte rijmpjes genaamd 'Fatrasieën' en prozagelijkende vertellende series. De natuur is sensueel en mythisch bij Vancrevel, en die wordt lyrisch bezongen.


De lucht trekt dicht
met slepend natte vlagen
en knevelt de vermoeide
prooien in het stikkend rif.
De zwanen zijn verdwaald
in de patronen die de wind
hun wees op het bedervend
water van de afgesneden zeearm
waar oude tijd nog sijpelt
aan de haveloze kade
die geen lading meer verdraagt
maar waar verlangen verten zoekt
van al wat liefkoost
          en verlokt
in het bevrijdend hemelruim.


Laurens Vancrevel. Het onzichtbare leven. Poëzie 1960-2008. Brumes Blondes, 198 blz., ISBN 978-90-77414-23-1. €2-,- (Brumes Blondes zetelt aan de De Genestetweg 16, 2061 VC Bloemendaal)

 
 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact