Deze rubriek verscheen op 22 oktober 2009 op de Dichters en denkers online pagina van De Groene Amsterdammer



Een betere wereld van lego

Essayist en schrijver Jacques Kruithof maakte een verschil tussen 'communicatieve' poëzie, die te begrijpen is in de tijd die het luisteren kost, en 'creatieve' poëzie, die zich pas bij herlezing prijsgeeft. Hij publiceerde een dichtbundel, Slaapvertrek, en een aantal romans, en gold voornamelijk als literatuurwetenschapper en docent. Niet lang voor zijn dood in 2008 publiceerde hij het pamflet Je moet niet doen alsof alles hetzelfde is, waarin hij sprak van een 'ware cultuuroorlog' die er uiteindelijk toe leidt dat kunst niet meer als zodanig te herkennen zal zijn.


Communicatieve poëzie zou je slam kunnen noemen, of zoals het in de jaren tachtig heette: performing poetry. Directe teksten die op het podium werken, die aankomen, die de luisteraar raken. Toch is een dergelijke indeling niet in alle gevallen even verduidelijkend. Johnny van Doorn was een voordrachtskunstenaar. Zijn extatische performances waren een belevenis. Hij was daarbij een aimabel mens. Naar jongere dichters met wie hij op eenzelfde avond optrad, toonde hij een onbevangen interesse. Zijn teksten waren humoristisch, maar hij bracht ze met een intense ernst.


Er is vaker een link tussen avant-garde en cabaret. Denk aan de music-hall, de revue, het variété en het dadaïsme. 'Literaire trash', zo staat er op de MySpace pagina van Andy Fierens. Andy is de voorman van de band Andy & the Androids. Hij organiseert performances van internationale artiesten. Hij is cartoonist onder de naam Kawabata. En hij is een performing poet in de traditie van John Cooper Clarke: punky, narrig, schoppend.


Sinds Diana Ozon terugkwam van een reis door Afrika en in 1980 op de VPRO-televisie riep dat punks niet zo negatief moeten doen, lijkt er in de Nederlandse performance poetry een huwelijk tussen twee stromingen. Simon Vinkenoog gold als godfather van het genre, als initiatiefnemer van de Nacht van de poëzie in Carré in 1966. Jules Deelder trad er op met het haar nog tot op zijn schouders. Voordragen deed men niet meer zittend achter een tafeltje, maar staand en het liefst uit het hoofd. Ook Bart Chabot, die in 1977 in Londen verbleef, sloot zich aan bij de mengeling van hippies en punks.


Des te opvallender is het dat de Vlaamse Andy Fierens zijn punk-roots trouw blijft. 'Liefde is een werkwoord/ en werken is niet mijn sterke punt', dicht hij in zijn debuut Grote smerige vlinder. De bundel bestaat uit lange, vertellende gedichten die als monologen op de lezer worden afgevuurd. In het gedicht Rozijnenhaters zijn een zeldzaamheid schrijft hij: 'ik vatte je leven samen in een slecht gedicht/ dat ik live erg goed weet te brengen'. De ik-figuur ontpopt zich in de bundel als een romanpersonage: een antiheld die door zijn innemende zelfspot toch weer held wordt. 'wij hebben grote twijfels bij de vrede/ zolang zij niet zorgvuldig/ werd getest op proefdieren', schrijft Fierens. Onontkoombaar zijn de kapitalen als hij uitschreeuwt: 'IK MAAK WEL// EEN BETERE WERELD// MET LEGO'. En in het gedicht happy hour: 'het is niet omdat dikke kinderen/ moeilijker te kidnappen zijn// dat je je nageslacht moet/ vetmesten'.


Klankdichter Jaap Blonk heeft ooit in muziekcentrum Vredenburg de beroemde Ursonate van Kurt Schwitters, het meest bekende dada-gedicht dat ruim twintig minuten duurt, voorgedragen in het voorprogramma van The Stranglers, terwijl hij uitgejoeld werd en bekogeld met bierflessen. Het bijzondere is dat hij het hele gedicht tot het eind toe wist te brengen. Een duidelijker samengaan van hoge en lage cultuur lijkt me moeilijk denkbaar. Blonk is in Nederland een genre op zich. Terwijl hij de halve historische avant-garde uit zijn hoofd kent en brengt, heeft hij een programma dat zeer goed werkt voor kinderen.


De kloof tussen bundelpoëzie en podiumpoëzie lijkt hoe langer hoe meer gedicht te worden. Iedere gerespecteerde uitgever heeft inmiddels zijn huis-slammer in het fonds. Dichters als F. van Dixhoorn en Nachoem Wijnberg, die als talig te boek staan, besteden veel zorg aan hun voordrachten. Poëzie is een literair genre, en dat bestaat niet zonder de nodige opschudding. En toch moeten we, om met Jacques Kruithof te spreken, niet doen alsof alles hetzelfde is.


Dichters worden steeds vaker ingezet om op middelbare scholen over hun werk te vertellen, als druppel op de gloeiende plaat om de teloorgang van het literatuuronderwijs tegen te gaan. Dat is hard werk: 115 6-vwo’ers in een uur of twee iets bijbrengen over gedichten, als ze net zijn opgewarmd door een video van hun eigen laatste survivaltocht en weinig van poëzie weten. Opvallend genoeg zijn het vaak de performancedichters, zoals Diana Ozon, die het goed doen bij scholieren. Communicatieve poëzie staat daarmee ook voor communicatieve vaardigheid. Of men daarmee voor schoolkinderen een stap maakt naar leespoëzie is de vraag.

 

 

Andy Fierens, Grote smerige vlinder. De Bezige Bij, 64 blz. € 16,95

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact