Deze rubriek verscheen op 28 oktober 2009 op de Dichters en denkers online pagina van De Groene Amsterdammer

 


Aarsgewei

 

Kleurenblindheid – of liever daltonisme (‘kleurzienstekort’) – komt alleen bij mannen voor. Zeven procent heeft het. Tonnus Oosterhoff, aan wie ik verklapte dat ik er last van heb, zei me dat dat handig is. Als je niet weet of je een man of een vrouw bent, dan kun je dat aflezen aan de kleuren.
Die Tonnus, die begrijpt me tenminste.

Waar het rood- en groentinten betreft, komt kleurenblindheid het vaakst voor. Maar ook tussen paars en blauw ligt een oceaan aan namen die veels te veel naar poëzie alleen klinken: ultramarijn, violet, turquoise. Volgens mijn scheikundeleraar was ik gewoon te lui om de namen bij de kleuren te kunnen passen.

Zoveel duidelijker is het onderscheid tussen roze en blauwe sokjes. Zoiets lukt zelfs met kleurzienstekort.

Elma van Haren moet wel eens dergelijke gedachten hebben. 'Is de dichter misschien een typische fortuinlijke/ die bij gele oplichtende velden in de verte gelooft dat dit/ door de kracht van zijn gedachten komt;/ is het verhullen juist te danken aan de vergulde blik?' Dat schrijft ze in haar nieuwe bundel Flitsleemte. Het boek heeft een fleurig omslag: een sterrenstelsel van gekleurde stenen in de vorm van hartjes. Het lijken wel snoepjes.

Mooie titels heeft Van Haren altijd. Grondstewardess. Eskimoteren, wat niet het aanbrengen van een dakbedekking van een iglo betekent, maar het 180 graden draaien met je kano zodat je weer rechtop en boven water uitkomt. Ze debuteerde met De reis naar het welkom geheten en kreeg daarvoor de allereerste Buddingh’-prijs. In 1988. Al ruim twintig jaar maakt ze een levendig soort poëzie, met kenmerken die pas de laatste tijd gemeengoed lijken te worden in gedichten. Inspringen. Cursieven. Prozagedichten. Een beeldende-kunstenaarsblik in woorden.

Kijk je iemand aan, dan vang je ongevraagd
de blauwdruk van de persoon binnenin.
Dat loopt over in je eigen stroomgebied
en ben je daar tegen bestand?

Haar gedichten gaan evenzeer van beelden uit als van gedachten. Hoewel ze dromerig en associatief kunnen zijn, blijven ze helder goed te volgen. En precies, pijnlijk precies: 'Wie zijn lange pinknagel wil knippen,/ voelt het begin van een huivering./ Een vermoeden van schrapen, van omknappen,/ van inscheuren, van erachter haken./ Eerst in het idee erover,/ dan schuimend in het schuiven van de la open,/ dan grijzend in de kleine nagelschaar, scherp en gekromd.'

In Flitsleemte zit veel bloemkunde en lichtval. En tips: ‘wil een man een vrouw veroveren, pluk de bloemen en schik ze in de sla.’ Aan de levende Chinese dichter Han Dong, getuige van de gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede, legt ze uit hoe vier kinderspelletjes werken: boompje verwisselen, hinkelen, tollen en touwtje springen. 'zinnen kunnen merkwaardig kleurloos zijn', schrijft ze als antwoord op een gedicht van de negende-eeuwse dichter Yao He.

De regels van lucht en de regels van licht.
Op de witte muren zijn de zonnevlekken aanvankelijk
    van grote zuiverheid,
maar nu duwen zij, gestadig verschuivend,
de schaduwen van de raamspijlen
steeds schever tegen het plafond.


Sterk is het hoe Van Haren kan verspringen van een beklemmende, tergende autorit tijdens een storm op de Eldoradoweg naar een dichter die ze een strofe later gaat plagen door met haar wijsvinger als een poëtisch pistool op hem te richten.

In het gedicht Raban Rabijst Rabon! lijkt ze getuige de titel bij de oude Cees Buddingh' op bezoek.

een zware noordwester brult een blauwe lucht levend,
een noordelijke zwartooster blaast een zwoele lucht bevend,
een zwarte oostzuider beft een lome lucht zwevend
een zuiderlijke zwaarnoorder bloost een bloemkoollucht bloot.


Elma van Haren is een eigenzinnig dichter. Ze heeft een goed oor voor het alledaagse en is zo aards als het maar zijn kan. Met het woord 'Aarsgewei' eindigt dat Raban-gedicht. Dat is zo’n blauw of paars of weetikveel zwart ding dat op de onderrug getatoeëerd wordt en dat zich boven de broekriem vertakt als groeide het uit de bilspleet. U kent het wel van pal voor u in de disco of de rij voor de kassa. Goed woord. Het was wachten op wie het als eerste in een gedicht zette. Elma deed het.


Elma van Haren, Flitsleemte. De Harmonie, 64 blz. € 14,50

 
 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact