Deze bespreking verscheen op 16 november 2009 op recensieplatform De Reactor

 

Deze bespreking verscheen op 16 oktober 2009 bij de lancering van recensieplatform De Reactor

 

Deze bespreking verscheen op 16 oktober 2009 bij de lancering van recensieplatform De Reactor


'In staat van permanente bingo'

Paul Bogaert noemde zijn vierde dichtbundel de Slalom soft. Een vreemde titel, die doet denken aan een mislukte brainstormsessie van een reclamebureau: niemand kan echt een goede naam voor het nieuwe product verzinnen. En warempel, daar lijkt het Bogaert ook om te doen. Hij slalomt langs reclametaal en managementjargon, zoomt in op de dagtaak van een werknemer, neemt de bedrijfscommunicatie onder de loep en legt de daarin vervatte irritaties bloot. Misschien stond de vreemde vondst dan ook wel in de notulen van een zekere vergadering; een verslag dat de dichter in een lang gedicht van snedig commentaar voorziet. Want 'Voor je het weet / zit je in die twintigers / hun mindmaps vast,' waarschuwt hij, als snelle marketeers vergaderen over een nieuwe naam voor een jong publiek. Als synoniem circuleert 'De DoubleYou', maar dat is net 'te parenclub'. En zo komt de spreker tot de alliteratie 'de Slalom soft', en dat is mogelijk wel iets 'in een superzachte achterwaartse / omarming gevat'.


Dat zijn onverwachte en ongebruikelijke wendingen die men niet snel in gedichten zal tegenkomen. Paul Bogaert is een wonderlijke, eigentijdse dichter. Hij debuteerde in 1996 met WELCOME HYGIENE. Op basis van dat debuut rekende Geert Buelens hem in De Morgen tot een van de eerste post-utopisten. 'Overbewustzijn' zo heette het lot dat de dichter trachtte te bezweren en de manier waarop dat mislukte noemde Buelens indrukwekkend. Uit de gedichten sprak een hardnekkig en fraai verwoord individualisme, iemand die zich, om met Samuel Beckett te spreken, al schrijvend achter zijn schedel bevindt. Zijn tweede bundel Circulaire systemen (2002) is zonder enige schroom een concept: alle gedichten omschrijven een circulair systeem, van de bloedsomloop, de mode, tot aan de wandklok. Zijn derde bundel AUB (2006) bevatte onder meer de eerder bij Druksel verschenen 'Toespraak', een lang gedicht dat leest als een toespraak en ook het toespreken zelf thematiseert.


In 2008 verscheen ter gelegenheid van Gedichtendag het essay Verwondingen. Ook in essayistiek is Bogaert vindingrijk en speelt hij met geëigende vormen. Op een schematische manier ontleedt hij een vroege tekst van Dirk van Bastelaere over 'Het Batmangevoel'. Hier is Bogaert op zijn sterkst: hij maakt zijn fascinatie voor de tekst invoelbaar. In het tweede deel brengt hij de tekst in verband met een liedje Molitva dat in 2007 namens Servië meedong in het Eurovisiesongfestival. Het hoofdstuk begint grappig: met hulp van stills en onderschriften uit de videoclip van Molitva ontleedt hij het nummer van Marija Šerifović. Als Bogaert zich mijmerend afvraagt wat hem intrigeert aan het liedje, druipt de zelfspot er af en is hij innemend. 'Wie het festival heeft uitgezeten, weet dat de trends van 2007 waren: méér beweging, kortere rokken, exuberantere outfits en meer ontblote lichaamsdelen dan ooit. De tijd dat een chansonnier een smoking aantrok en een zangeres een avondjurk, is al decennia voorbij. Maar nu, zo zat ik op de bank wegdommelend te mijmeren met een streekbier in de hand, was de slinger toch wel erg ver doorgeslagen. Tot Marija verscheen, helemaal aangekleed.' Als Bogaert vervolgens zijn fascinatie via multiplechoice-vragen op de lezer probeert over te brengen, wordt hij melig. 'Ik identificeer mij met Marija,' schrijft hij de lezer voor, 'omdat…' – en dan krijgen we negen vakjes waarin we mogelijkheden kunnen invullen als omdat zij brildragend is, of omdat ze lesbisch lijkt en wij zelf holebi zijn of daarmee symphatiseren. Op die momenten neemt de camp wat al te zeer de overhand en moet ik zeggen dat ik Bogaerts fascinatie voor het Eurovisiesongfestival simpelweg niet deel, hoe grappig ik hem ook vind. Het blijft komisch dat Bogaert van dezelfde clip uitgaat als hij het liedje aan een semi-wetenschappelijke onderzoek onderwerpt, met vraag en antwoorden op het eind.


In de Slalom soft staan net als in zijn vorige bundels geen paginanummers en de cijfers van de onder elkaar gestapelde gedichten moeten als index dienen. De bundel is een doorlopend gedicht, dat bestaat uit vijf hoofdstukken waarin de dichter, net als bijvoorbeeld Voltaire in Candide, in het kort vertelt wat ons tijdens het lezen te wachten staat. Zo staat er bij het eerste hoofdstuk 'Waarin de werkmens zich op de dagtaak richt. / Waarin al wie niet werkt, een klant wordt' en wordt er een panter aangekondigd. Na het ontwaken, het verzinnen van namen en het aankomen op de parkeerplaats van het bedrijf ('Alles is duidelijk. / Naast de ingang staat er een pijl naar de ingang') komen we inderdaad een panter tegen, 'Argwaan' genaamd, die ligt te slapen in de cafetaria. Niet die panter, maar iets heel anders wordt toegesproken in het volgende gedicht: 'Nee! Af! Stoute Airbag! Niet hier! / Niet hier in de mime van steeds minder plaats!' Soms lijkt er een hyperambitieuze en joviale personeelsmanager aan het woord die de hele tijd bezig is zijn werknemers te psychologiseren. Wat het is dat verkocht wordt, is voorlopig nog even zoek. 'Waar textiel is, zijn spoken,' schrijft Bogaert.


Aan het tweede hoofdstuk gaat vooraf: 'Waarin een ondervraging in stukken en brokken begint en blijft duren. / Waarin een patroon valt waar te nemen.' Het kantoor lijkt een steeds artificiëler wereld voor te stellen, met 'dikke aders van kunststof' en 'een matte natuursteen die niets absorbeert'. Op het kantoor worden vooral contracten geproduceerd. 'Kijk, dat staat hier allemaal zwart-wit op papier' is een typerende slotregel voor een gedicht. In de 'situatiezaal' begint men opnieuw 'hardop te denken'. Zo wordt er over het woord 'verzuim' opgemerkt: 'Dat is een woord, het dringt zo diep het oor in, / het is met geen staafje te vangen'. Het loopt niet zo vlot in de beschreven vergaderzaal. Bogaert komt ondertussen tot fraaie regels:

Ik wil een vlinder zijn.
Ik blink als een sticker.


De ogenschijnlijk vrolijke wereld van het kantoor en de reclame blijkt vol haat en nijd, afgunst en averij te zitten. Er broeit van alles onder 'de nonchalante / deining van ledematen en vergadertechnieken'. Wat Bogaert ten berde brengt is op een ernstige manier hilarisch. De orde van de dag slaat terug. Het modieuze zakenjargon blijkt in hoge mate verhullend taalgebruik voor de schaduwzijde van deze snelle wereld: 'spectaculair gedijend / met al die dolle tengels in staat van permanente Bingo.' Het verslag van de vergadering wordt afgebrand:

De glorieuze, lieve natuur
wordt breedvoerig, omslachtig met veel tralala
en tierelantijnen bezongen, een ellenlange, tenenkrommende
bijlage over de hele plantaardige rampetampende bacteriële rimram,
maar over onze behoeften geen woord. Faut le faire.
Wie wordt hier langs achteren gepakt?
Niets (niets!) over de akoestiek
of ons dieet van pragmatische oplossingen en vulgaire boutades.
Niets over het geëmmer over de verschillen in de wereld
van de luidsprekers,
de decors die de put camoufleerden,
de mechanische golven
van positieve feedback,
de absurde controle van de controle
of de onstabiele, carnaveleske chemie van de lucht.

Faut le faire, zo’n strofe. 'Is Later dan een vals idee? / Welnee.' Net als bij Bogaerts euforie over de Servische songfestival-videoclip ligt ook hier het gevaar van meligheid op de loer, voor zover die meligheid de ernst van zijn missie kidnapt. ('de tijd / van goedkope schuursponsen, ook die tijd is voorbij!') Maar de Slalom soft is veel te goed om in die valkuil te blijven steken. Zolang Paul Bogaert gedichten schrijft, is hij taalbewust en verrassend onvoorspelbaar. 'Probeer altijd lager te slapen dan het hoogste punt dat je die dag hebt bereikt.'


de Slalom soft
is science fiction. Het is een ruimtevaartreis naar die rare wereld die 'het nu' heet. Samenvatten wordt onmogelijk, waarschuwt het motto van het laatste hoofdstuk. Dat klinkt naar Nachoem M. Wijnberg, die stelt dat de beste samenvatting van een gedicht nog altijd dat gedicht zelf is, tenminste als het een goed gedicht betreft. Maar het gaat hier nog steeds over de vergadering, en dat maakt de waarschuwing stukken onheilspellender. 'Er is een persoonlijk invulveld voor twijfels,' krijgt de toegesprokene te horen die nu zelfstandig werkt. In een van die laatste gedichten kan die figuur niet slapen door 'een knalblauw spook'. Bogaert dicht inmiddels in de taal van krantenkoppen: 'Tunnelvisie wordt droomteam fataal'. En wat krijg je daarvan? 'De blabla van de kwal in de pap op het kookpunt.'


In 2005 kwam bij een programma van de Amsterdamse literaire stichting Perdu de paradox ‘Gevaarlijke poëzie' ter sprake, waarbij uiteenlopende dichters als Paul Bogaert, Tsead Bruinja 'n Maurice Buehler bedoeld werden. Het zou mij niet verbazen als de auteur, streekbier in de hand, een beetje moet grinniken om een dergelijke kwalificatie. Gevaarlijke poëzie heeft iets van teddyberen op rotan stoeltjes, met zwarte ooglapjes voor het rechteroog en in hun knuistjes klapperpistolen die rakelings in het rond wijzen. In de poëzie van Paul Bogaert staat wel degelijk iets op het spel. Zijn bundels zijn een broodnodige verrijking en vernieuwing van Nederlandstalige poëzie, terwijl ze tegelijkertijd speels en amusant zijn. Bij een van de gedichten uit de Slalom soft past een filmpje waarin hij dat gedicht als dictee laat opgeven. Het filmmateriaal is een loop uit een zwart-witfilmpje. Wat eigenzinnig taalgebruik betreft en het hanteren van verschillende media is Paul Bogaert een eigenzinnige tegenhanger van Tonnus Oosterhoff. Beiden gaan het experiment ernstig en onderzoekend aan. Bogaert draagt dikwijls voor met een powerpointpresentatie, waarin hij variaties van zijn gedichten toont en waarbij zijn voorleesstem op uitgekiende momenten afwijkt van de geprojecteerde tekst. Om het nog maar eens in termen van de reclame te zeggen: Paul Bogaerts gedichten en voordrachten maken poëzie spannend en eigentijds.

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact