Deze rubriek verscheen op 26 augustus 2010 op de Dichters & denkers webpagina van De Groene Amsterdammer

Jong oud

Het voordeel van vroeg volwassen zijn, is dat je tot in lengte van dagen een beetje jeugdig blijft. Zoiets schreef Kees Fens in zijn krantenportret van Remco Campert. Het geldt ook in hoge mate voor Louis Lehmann, de dichter die dit jaar maar liefst negentig is geworden. Er verscheen een herdruk van zijn eerste roman, De pauwenhoedster, een schelmachtig sprookje uit 1955, en een bundeling gedichten gevonden in mappen en schriften, Schoon schip getiteld. De uitgave is een aanvulling op de eerdere bundel trouvailles Laden ledigen. Nu hebben we het wel, belooft samensteller en eega Alida Beekhuis in het nawoord.

De eeuwige jeugd van Louis Lehmann is befaamd. Hij is een begaafd danser. Niet eens zo lang geleden bracht hij een dichteres naar huis en maakte daarna, toen ze omkeek, op de hoek van de straat een klein sprongetje, net onder de lantaarnpaal. Zijn hakken klakten daarbij even tegen elkaar. Het beluisteren van zijn Huisraadrap in de gangen van Vredenburg tijdens de Nacht van de Poëzie 1997 was een ervaring: de krakende oude stem van Lehmann die zeer melodieus en aanstekelijk het refreintje 'maak het maar, maak het maar,/ maak het maar bebabbelbaar' rapte. Bij Lehmann denk ik aan zijn reizen, aan hoe in Buenos Aires een rest van rails 'duikt onder 't asfalt van Leandro Alem'. In het zaaltje van een Amsterdamse literaire stichting, tijdens een lezing over poëzie en mystiek ter gelegenheid van de presentatie van het tijdschrift Zanzibar, hield Louis Lehmann het niet meer uit. Hij begon vanaf het gordijn aan de linkervoorkant van de zaal naar de uitgang aan de rechterachterkant te lopen. Hij wist dat enkele treden kraakten en dat wilde hij vermijden. Hij liep uiterst langzaam en alleen over de naden van de planken. Met armgebaren hield hij zich in evenwicht, als een koorddanser. Ik geloof dat hij er een volle zeven minuten over gedaan heeft. Het was adembenemend.

Louis Lehmann debuteerde in 1940 met Subjectieve reportage. Tom van Deel stelde zijn Gedichten 1939-1998 samen. Na dat verzameld werk publiceerde Lehmann nog twee bundels, Toeschouw (2003) en Wat boven kwam (2006). Schoon schip is chronologisch ingedeeld, het begint met gedichten die hij op zijn zeventiende schreef. Rijmpjes, wijsheden ('Wie veel au/ sérieux neemt/ zal veel geld/ verdienen'), een gedicht opgedragen aan een hbs-meisje over de vrijheid buiten het schoolgebouw. Dit klinkt pejoratiever dan het feitelijk is, want juist tussen de 28 gedichten uit de eerste tien jaar zitten aardige dingen. 'Elkeen haat zijn vaderland,/ Net eender als zijn vader', dicht de jonge Lehmann. En: 'Dit is een heerlijk land van bijtend stof/ dat langs de stenen stuift'. Over de dichtkunst is hij al vroeg negatief. Dichters zijn gebekt in het bekvechten gezeten op het hek van 'het park der poëzie'. Maar: 'er is geen ingang'. 'Ik wil weg!' roept hij ronduit na een korte beschrijving van gevels, jassen, dassen en 'geplakte haren'. Veelzeggend is ook de openingsregel 'In eenzaamheid kan ik niet dichten'. Goed, de gedichten zijn misschien klein, maar wel zo trefzeker. En ze klinken goed: 'Achter het vredig weerspiegelend zwarte water/ weet ik de zee./ En de verre horizonnen achter de zee.' Soms klinkt hij zoals jonge dichters dat nu eenmaal doen vreselijk ouwelijk, dat was eind jaren dertig zo en is nog steeds zo. 'Mijn leven, hoe zijt gij zo snel verleden' en dat soort werk. Maar er is ook een rustige beschrijving van een zeiltocht: 'Het mes in de schuimkoppen gezet/ Snijdt ons doel in de horizon.' Het heeft een mooie abrupte slotregel: 'de zon schijnt en de wind waait door ons hemd.'

De gedichten na 1947 zijn korter, zakelijker. Het zijn vaak minimalistische observaties van plekken, gebergtes en steden: de Apennijnen, Rotterdam, New York, Connecticut. Er is een gedicht over 'windig Den Haag' waar de dichter van zegt te houden, en dan 'niet om Eline Vere en haar spheer', maar vanwege mensen 'één pas dood, anderen eerder'. En dan komt iets onverwachts:

 

Den Haag bij zee

die men enkel landelijk benaderen kan,

voorzichtig: de carrières mochten breken.

De mijne was er niet.

 

Louis Lehmann was scheepsarcheoloog. Zijn literatuur staat een beetje buiten de tijd - en dat stond ze eigenlijk altijd wel, heb ik het vermoeden. Misschien is hij wel zo jong gebleven doordat hij de tijd links liet liggen.

 

Astrid Lampe heb ik ooit aangekondigd door mijn verbazing uit te spreken over haar geboortejaar. Dat kun je helemaal niet maken, zei de Franse dichter die de tekst van tevoren even las - het was negen jaar terug in het Institut Néerlandais in Parijs. Weet je dat Astrid Lampe dertien jaar ouder is dan ik? Dat zou je haar toch niet geven! Ik geloof dat ik me er daarna vrolijk over maakte dat Lampe zo ontstellend jonge taal gebruikt, zo verzot is op hippe jongerentaal. Die weet ze haar volstrekt eigen idioom binnen te halen, ze maakt het hanteerbaar, bijna buigzaam materiaal. Lampe heeft onmiskenbaar ervaring met theater. Stem en enscenering zijn niet weg te denken bij haar gedichten. 'je wilt in het gedicht blijven,' opent het eerste gedicht van de nieuwe, inmiddels alweer zesde bundel Lil [zucht]. De cursieve slotregel luidt 'u hebt een grote hoeveelheid tekst op het klembord geplaatst', een regel die we kennen van het tekstverwerkerprogramma Word. 'de wreefbandjes knellen,' schrijft Astrid Lampe in deze nieuwe bundel. Die is wat typografie betreft stukken rustiger dan de vorige bundel Park Slope / K'nex studies (2008). Haar werk lijkt terug te gaan naar een iets conventionelere vorm: het zijn weer losse gedichten die we aantreffen. Neemt niet weg dat van alles wordt herhaald en terugkeert door de bundel heen.

'mijn stifstand een giftand' staat er in een gedicht getiteld Je kunt er altijd nog chocola van maken. Het heeft een typische slotregel: celebrities enjoy the beach too. Het thema van zo'n beetje al de gedichten is poëzie, of eigenlijk zit het anders: elk thema is poëzie geworden en wordt aldus benoemd. Ze werkt behendig met de spreektaal: 'zo'n pakje ja nee belinda/ waar ik dan wel naar solliciteer op deze vluchtstrook'. Het lijkt me een Nederlands trekje dat er nog steeds mensen bestaan die moeite houden met de vorm van poëzie die Lampe beheerst. Een Franse dichter als Nathalie Quintane is niet minder spelerig, werkt niet minder los van gangbare dichtvormen en is zeker ook niet minder koket dan Astrid Lampe. Door de nieuwe bundel - en waarschijnlijk ook wel doordat het gedicht zelf gethematiseerd wordt - klinkt er iets van contramine door. Op een haast plagerige manier, die Lampe's werk altijd wel heeft gehad. In het gedicht Uithuwelijken staat de mooie regel 'we landen steeds toch vlieg ik'. Helaas loopt die regel door na een witregel: 'automatisch (met elke nieuwe indruk)'. En ze begint telkens opnieuw:

 

je wilt in het gedicht blijven:

doe mij 's gauw een bak licht konijntje

 

'de maan volt mooi,' heet het in het gedicht. Voornoemde contramine komt sterk tot uiting in het gedicht Salon houden in de saloon waar als boventitel grijs gedrukt talk live boven staat.

 

viel de poëziekenner maar naadloos samen

met de golddigger waar je je voor uitgeeft, cowboy

 

ja, jij!cowboy met je lasso, wat een rund

i.p.v. dankbaar in de canon op te nemen

laat je mijn melkkoe staan loeien in je Dust bowl

 

'Lil's honing tot beloning,' is een typerende binnenrijm van Lampe. Er klinken meer aanstekelijke mantra's in de bundel: 'keer op keer/ in bloei temeer/ zo'n ongerijmd/ rep.teergeweer'. De gedichten staan in een soort herhaalmodus: het klembord komt terug en dat viel ook wel te voorspellen. Op een ritmische manier worden stukken van gedichten opnieuw herhaald, zodat ze er anders in vallen en op de regel komen te staan.  Er is een 'vertaalprofessor' die 'meent dat mijn zinnen kraantjes zijn', dat is zo'n regel. En dan, in het gedicht Piëta voor het mannelijke, is haar toon even veel meer ingehouden en zakelijk: 'is in aanleg/ de verzameling/ niet al compleet/ een kunstwerk'.

 

Martijn den Ouden debuteert met de bundel Melktanden, waar Astrid Lampe een aanbeveling voor leverde op de achterflap. Den Ouden studeerde af aan de afdeling Beeld en Taal van de Rietveld Academie, waar Lampe geruime tijd heeft lesgegeven. Dit is het openingsgedicht uit die debuutbundel:

 

van de honderd ramen

gedraagt zich er een

als een uit papier

gevouwen dier

 

er brandt nooit licht

 

achter het uit papier

gevouwen dier

brandt nooit licht

 

alleen vandaag

stoft een tengere vrouw

de vleugels

 

dat hoor je gebeuren

de vleugels van het dier

 

Het gedicht heeft een mooie herhaling. Het is uiterst eenvoudig en toch mysterieus: een uit papier gevouwen dier valt voor te stellen, ook de vleugels daarvan, en de notie van een raam dat zich zo gedraagt is onverwacht en ongerijmd, maar het zet wel degelijk iets in werking. Er zit een aarzeling in het gedicht: ook waar het bevreemdend is, blijft het tegelijk rustig. 'ik heb nooit een hert geslagen/ ik wandel ook nooit door het bos' staat er even verderop - en daar is de absurditeit tegelijk obvious. Melktanden is duidelijk een debuut. Niet alle gedichten zijn even geslaagd. Maar het leeft in de bundel. Er zijn ontstellend veel dieren in de gelden, maar vooral de mensen moeten het ontgelden. Kenmerkend is een regel als 'een bontjas vol bifiworsten'. Het schrijnende wordt allemaal vrij zacht neergezet. En soms is er een verrassende wending:

 

de zee

lijkt zachtjes mee te gillen

met 't remmend geluid

van de trein

 

de zee

laat overdag haar honden los in mijn hoofd

 

De laatste twee series van de bundel zijn van een andere toon. Sommige readymade-achtige teksten eerder in de bundel zijn wel grappig maar houden niet lang stand. In de serie 'Een ijzeren regen' staan een paar sterkere gedichten, die op zichzelf staan. Erg mooi is het woord 'flatskeletten'. En ook het atmosferische gedicht Straten die we overslaan achter in de bundel laat zien dat Martijn den Ouden tot meer in staat is dan hij ons hier heeft laten zien.

 

 

L.Th. Lehmann, Schoon schip. De Bezige Bij, 72 blz., € 16,50

Astrid Lampe, Lil [zucht]. Querido, 64 blz., € 17,95

Martijn den Ouden, Melktanden. Querido, 80 blz., € 17,95

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact