Deze rubriek verscheen op 25 februari 2011 op de Dichters & denkers webpagina van De Groene Amsterdammer

Inpakken

Anne Vegter publiceerde Eiland berg gletsjer, een bundel schrijnende teksten over oorsprong en noodlot van de mens. Verlucht met tekeningen die een hulpeloze seksualiteit laten zien. 'een dichter zei:/ je kunt god dood verklaren maar/ daarmee is de naam nog niet verdwenen'.

Ik pak mijn bibliotheek in. Een rituele, prettige handeling. Afstoffen. Kiezen wat er uit weg kan. Wat te doen met de stapels dichtbundels die niet gerecenseerd zijn? Ongelezen de kast in mochten ze niet. Ze staan in vijf hoge stapels op een tafel. Ze zien eruit zoals een kind wolkenkrabbers tekent. Naar een antiquariaat breng ik bundels nooit. Dubbele exemplaren gaan naar een bevriende verzamelaar.

Eerder schreef ik dat de kwestie rond het bespreken vooral lag in de keuze wát te bespreken. En dat is niet altijd een kwestie van smaak. Er zijn bundels waarover je iets kunt zeggen, over andere niet. Toen ik regelmatiger begon te recenseren, verscheen Spamfighter van Anne Vegter. Vegter is een dichter naar mijn hart: rauw, direct, intelligent en gevoelig. Maar ik kreeg er niets over op papier, werkelijk geen enkele letter. Terwijl ik over poëzie die verder van me af stond altijd wel iets kon zeggen.

De nieuwe, vierde bundel Eiland berg gletsjer begint met twaalf losse gedichten gegroepeerd onder de titel 'Tramps'. De gedichten bestaan uit doorlopende regels, ze zijn staccato en worden per zinsdeel onderbroken door een onlogische opeenvolging. 'iemand rijdt van een ponton de rivier in, sterft/ je praat met hem over wat je gezien hebt'. De gedichten zijn far out, edgy, indringend. Toch raken deze eerste gedichten niet direct. Veel is uitspraak: 'Een paard valt op knieën in de sneeuw, zei je zo vinden ze me.'

De tweede reeks uit de bundel is de titelreeks. De regels zijn dwars over de pagina gezet, je moet de bundel kantelen. De acht gedichten hebben een dwingend ritme, ze bestaan uit lyrische strofen van telkens twee regels. Het is een reeks uit een stuk, anders dan 'Tramps' behouden ze een en dezelfde ademstoot. Het 'Ook' waar iedere strofe mee opent gaat werken als een mantra, zoals Nu nog van Hugo Claus: het wordt sterker per keer dat het voorkomt. Op het hoogtepunt wordt de titel van de bundel verklaard: 'Ook als jij 'n laatste atoom van je lichaam schraapt, zou je oplevend dood willen zijn/ als laatste hart (eiland), als laatste berg (buik) of gewoon schitterend als kut (gletsjer).'

Tot slot bestaat de bundel uit een monoloog, Dochter van. Anne Vegter schrijft kinderboeken en veelvuldig voor theater. Ze publiceerde ooit Ongekuiste versies, literaire pornografie. Mogelijk is het middengebied van al die genres haar eigen terrein. De dochter die in de monoloog aan het woord is, is die van Noach. Ze is volgens haar moeder 'net van na de schepping' dus ze heeft nergens benul van. Daar komt rap verandering in als de zondvloed gepasseerd is. 'wij waren zo kapot toen alles achter de rug was dat het was of we collectief aan de dope waren'.

De 'dochter van' heeft twee broers die er steeds meer uit gaan zien als zeehonden. Ze zijn de overlevenden. 'ik haat pech/ al kan ik ongeluk dat op me af komt/ beter aan/ dan ongeluk van binnen uit', zegt de dochter. Vader Noach wordt beschreven. Hij is nu eenmaal sterker dan de andere families dus overleeft. 'we konden onze doden niet eens begraven'. Het maakt hem de heerser, de tiran. 'bovendien hebben die doden het gemakkelijk/ die zijn dood'. De familie heeft het dat niet: 'wij zijn de werkers/ en god mag op zijn luie reet kijken/ of het allemaal voor elkaar komt'. Met de moeder gaat het niet goed. Haar ongesteldheid is volgens Noach een erfenis van de zondvloed. De dochter stelt er geen vragen over. 'ik is een woord dat we hier niet kunnen gebruiken'. Moeder rent weg over het strand. Dochter kijkt haar na vanaf een duinpan. De reeks staat vol bittere en bitse gedachten: 'of je soms denkt dat de mens zich/ in een of andere richting ontwikkelt/ zich bevrijdt uit het perpetuum mobile/ beving/ golfstroom/ vloedgolf'. Er is nog geen punt gevallen in de monoloog.

 

Op een of andere manier werkt het slot heel sterk. Je kunt God dood verklaren maar de naam is nog niet verdwenen, stelt de dichter volgens Vegter. En dat maakt dat je na de monoloog van Noachs dochter weer vooraan begint, aan de eigentijdse reeks 'Tramps', en parallellen ziet tussen de hulpeloze uitspraken van haar personages en de mythische geschiedenis.

 

Ik pak mijn bibliotheek in. Volgens de verzamelaar zal het allemaal een beetje minder worden met poëzie de komende jaren. Er is simpelweg veel te veel, te veel stadsdichters, te veel gedichten op de radio, te veel eensoortige gedichten als hobby en snelle oprispingen. Men is al die slechte gedichten moe. Ook het publiek is het moe. Het is niet erg als het weer eens wat minder wordt. Na een vloedgolf zie je of er elders nog wat arken drijven. Als je je bibliotheek weer uitpakt, maak je een andere stand op. Je ziet wat je wilt behouden en waar je als tijdsdocumenten een overschot van hebt. Anne Vegter zal zeker blijven.

 

Anne Vegter, Eiland berg gletsjer. Querido, 72 blz., 17,95

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact