Deze rubriek verscheen op 11 maart 2011 op de Dichters & denkers webpagina van De Groene Amsterdammer

Debuten (2)

Ik ben mogelijk klinkt als een vrolijke titel voor een debuut. Vrolijk is het debuut van Maud Vanhauwert niet. Ze is bereid van alles op de ontleedtafel te leggen en dat te isoleren en tentoon te stellen. Van jeugdherinneringen tot aan macabere stadsbeelden. Gelijktijdigheden, dingen die op verschillende plekken gebeuren, fascineren haar. Haar gedichten klinken vooral monter. Er zit geen schroom in haar poëzie.

In de jaren zestig heette het Poëzie hardop. In de jaren tachtig Performing poetry. In de jaren nul de Slam. Die dingen lijken zich in een golfbeweging te voltrekken. Soms is er een aantal jaar veel belangstelling voor poëzie buiten het boek - en dan is het weer stil. De inmiddels aandoenlijke naam 'Poëzie hardop' was gelinkt aan het theater. Bzztôh in Den Haag deed eraan. Er waren studenten of jonge acteurs die met teksten van Bert Schierbeek aan de haal gingen. De 'Performance poetry' was gelinkt aan popmuziek en werd veelal in de beruchte open jongerencentra gebracht. Dichters werkten vaak met muzikanten. Je zou Mark Boogs band Poetry in Motion een nazaat van die periode kunnen noemen. De 'Slam' heeft zijn pendant met stand-up comedy of het in Canada zeer populaire Story telling. Iemand gaat alleen achter een microfoon staan en bespeelt en verovert het publiek. Er zijn paralellen, ook met het theater van de jaren zestig. En het is overwegend jongerencultuur. Het belangrijkste verschil is het wedstrijdelement: het publiek, een jury of een applausmeter bepaalt het succes van de voordracht.

Maud Vanhauwaert (1984) won de Zinderzlam in Groningen en de Antwerpse tekstprijs Frappant TXT. Of de voordracht bepalend is voor de teksten die zij schrijft weet ik niet. De kloof tussen het podium en een bundel lijkt smaller dan voorheen. Het podium kan even goed als schrijftafel fungeren: versies van een gedicht worden getoetst aan een publiek. Vanhauwaerts voordracht is professioneel. Dat betekent niet dat haar bundel opent met het prototype 'communicatieve poëzie' (zoals Jacques Kruithof het noemde) die te begrijpen valt in de tijd die het luisteren kost. In de eerste reeks 'Verenigde straten' lijken de gedichten uit buitenissige en ongelijksoortige elementen in elkaar gezet. Als Vanhauwert schrijft 'ze plakt met kauwgum aan elkaar' weet je even niet of ze de stad bedoelt (die verenigde straten uit de titel) of een meisje. Er gebeurt van alles of juist niets: 'stijve tepels tegen de reling van een autosnelweg/ internet doet het weer niet meer'. De opeenvolging is ongerijmd, maar niet willekeurig. Als er 'al zeventien/ ballen op het dak' liggen weet je door dat woordje 'al' dat er wel degenlijk iets wordt samengevat.

'glimlachen zegt ze/ is een act tegen zwaartekracht', zegt een volgend gedicht. Dat is wel degelijk een vrolijke gedachte, maar die kant blijft het gedicht niet op gaan: 'tussen twee huizen door/ huilt ze schuilend of andersom' klinkt een beetje krom. Vanhauwaert schrijft elders wel degelijk mooie regels:

 

(...) Schommelend

met verlamde benen, nagellak op droge lippen, plakt

aan hun zolen een verbolgen kwal

 

Wie aan het woord is, dat is niet altijd even duidelijk: 'hier is de deken/ zegt de moeder van haar kinderen'. Naar het verband tussen die straten die ze verenigt, is het zoeken in de eerste reeks. Mogelijk hoeven de dingen geen dwingend verband aan te gaan, of is de kleinste indruk al voldoende:

 

er liepen twee vrouwen in een straat

ze vonden elkaars schoenen lelijk

 

dat is het enige

dat ooit tussen hen is gebeurd

 

ze kruisten elkaar

keken naar elkaars schoenen

vonden die lelijk

 

De tweede reeks 'Toch' bestaat uit een reeks veel persoonlijkere voorvallen. Het lijken anekdotes - maar wie zegt dat ze dat ook werkelijk zijn? De ik-figuur zegt iets dat een moeder niet verstaat: 'het is niet onmogelijk,/ ik ben een mogelijke vrouw'. Niet wat zij met die regels verbijt wordt uitgeschreven, wel waar de moeder door wordt afgeleid. De tweede reeks is veel toegankelijker dan de eerste. Springerig blijft Vanhauwaert wel, maar haar sprongen zijn overzichtelijk.

 

'Geschubd zenuwachtig pootje' is van geheel andere orde. Op de ene plek gebeurt dit en de andere dat, en zo gaan we de Kempen, Parijs, Kinshasa, West-Vlaanderen, Bangladesh, Hongarije en Polen langs. Even klinkt het naar een concept, een tussendoortje. Het fraaie is dat de dichter uit de ban springt. Doorlopen uit eenzaamheid maakt je voeten hard, en dat leidt tot eelt. En dan springt Vanhauwaert plotseling over op Munch - niet de schilder die schreeuwt maar die geeuwt. Het lijkt alsof dan, uit het concept losgesprongen, de gedichten gaan zingen. Er zijn veel vragen: 'Wat is dit,/ is dit morgen?' en 'Is het middag dat Jezus aan alle/ muren sterft? Een paard dat uit zijn schaduw staat./ er klapt een stoeltje in de manen.'

Op die ongerijmde momenten weet het debuut me te raken. Er klinkt iets door de regels heen, anders dan de vereniging door kauwgum. 'vergeten wordt nooit voltooid' antwoordt de moeder die de ik-figuur nu wel verstaat. Dat is waar ook, je kunt niet zeggen ik heb het ge-vergeten. Pal daarna volgt 'Huls', een reeks liefdesgedichten die langzaam maar zeker het sterven inluiden: 'smeert men je in met het vochtig oogvlies/ van een hert// wordt een bed een gebed.'

'seks is tegen elkaar ingaan', schrijft Maud Vanhauwaert in de laatste reeks 'Voor de zekerheid'. En: 'je schaduw blijft aan je plakken hoe snel je ook rent.' Ze wil het altijd iets 'het liefst een hand/ achter de hand'. Het heeft iets hoekigs, de poëzie van Maud Vanhauwaert. Iets rauws, iets dat in tegenstelling staat tot het jeugdige dat vooral het tijdvak bepaalt waarin de gedichten zich afspelen. Die tegenstelling is geen tegenstelling per definitie. Net zo als het hoekige van haar gedichten en de springerige verteltrant niet tot schrammen en schaven hoeven te leiden.

 

Maud Vanhauwaert, Ik ben mogelijk. Querido, 60 blz., € 18,95

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact