Deze rubriek verscheen 30 mei 2012 in de rubriek Dichters en denkers van De Groene Amsterdammer op www.groene.nl/boeken


Sneeuw


Voetnoot, de kleine uitgeverij van vormgevers Henrik Barends en Anneke Pijnappel, wordt steeds meer de thuishaven voor bijzondere vertaalde literatuur. Van de Tsjechische schrijver Marek Sindelka, die de Magnesia Litera Prijs 2012 ontving, verscheen een verhaal genaamd Polaroid uit de winnende verhalenbundel Zustante s námi (Blijf bij ons). En eindelijk verscheen er een bundel van de Taiwanese dichter Shang Ch’in in het Nederlands, Ontsnappende hemel, in een mooie vertaling van Silvia Marijnissen.


Voetnoot publiceert in reeksen, de Moldaviet voor Tsjechische literatuur en de Pelouses voor de Franse. Het zijn van die handige zakboekjes voor een paar euro, met gelukkig een groter lettertype dan de Duitse Reclam-boekjes. De reeksen staan onder redactie van een groep vertalers en ieder deeltje wordt op toerbeurt door een van hen vertaald. Polaroid, in vertaling van Edgar de Bruin, handelt over een dolende jongeman, die in de trein een label van de rugzak van de slapende jongen voor hem haalt en meeneemt. Door het kaartje te stelen heeft hij een jetlag, er staat Sydney op. Het verhaal begint te lopen als hij in een vuilnisbak een foto vindt. Een nietszeggende foto, een niet geslaagd portret, van een meisje dat mogelijk op die manier aandacht zoekt. Petr legt de foto voor een etalage, later mist hij de foto en gaat ernaar op zoek. De foto wordt meegenomen door een apotheker, hij ligt omgekeerd naast de kassa in de apotheek en de apotheker schrijft er iets op. Petr vraagt haar om slaaptabletten voor zijn jetlag, hij krijgt die niet mee zonder voorschrift. In plaats daarvan vraagt hij om vitamine C. En hij vraagt de foto. Wat zich op dat moment ontrolt, is een verhaal waarin Petr een verhaal verzint, een identiteit aanneemt. Hij beraadslaagt met de apotheker hoe het meisje op de foto te vinden. In het openluchtzwembad, waar hij zich aan de foto snijdt zodat hij weer naar de apotheek moet, heeft hij geen succes. Het is een spel, hij neemt een karakter aan, dat weet ook de apotheker, die vrouw is van een dichter, en meteen door heeft dat Petr zijn vlucht van Australië verzon: hij vergiste zich in het tijdsverschil. De apotheker is stukken intelligenter dan de verstrooide hoofdfiguur en dat is een waagstuk van de jonge schrijver van dit verhaal. Het heeft iets weg van een boek van Peter Handke, Wunschloses Unglück, dat op zijn beurt weer verwijst naar Goethe’s lijdende jonge Werther, al is de alwetendheid van de actrice in Handke’s geval juist weer tamelijk irritant. De figuur van de apotheker heeft daar geen enkele last van. Sindelka’s verhaal bestaat voor een deel uit een droom, soms is er een overgang van een gesprek waarin Petr een verkeerd gebaar maakt naar de getrouwde apotheker, naar een droom. Het is duidelijk een literair spel, op een haast schaamteloze wijze. Ook de beschrijvingen zijn uitgesproken literair: ‘Het was een van die zomeravonden met honinglicht, met klauterende kinderen op het kloprek, met krekels in de struiken en het gras. De ramen van de woningen stonden wijd open, binnen was het schemerig, de geur van muren, aangenaam koel, op tv werd het nieuws gelezen.’ Een zin valt op: ‘De lucht was veranderd: alles droeg nu kilometers ver.’ Verder is het verhaal strak en precies geschreven. Polaroid smaakt naar meer, ik zou graag de hele winnende verhalenbundel lezen.

Of het ook een reeks bij Voetnoot is, dat weet ik niet. Maar verheugend is dat er tegelijk twee deeltjes Chinese poëzie in Nederlandse vertaling verschenen. Het ene is van Xia Yü, die lange tijd in Parijs woonde en een van de vernieuwers is van de poëzie in Taiwan. En de andere bundel is van de twee jaar geleden overleden dichter Shang Ch’in en heet Ontsnappende hemel. De in 1930 in China geboren en door de nationalisten naar Taiwan meegevoerde dichter publiceerde bij leven drie bundels, niet meer dan 150 gedichten. Silvia Marijnissen vertaalde er 49 van. Ze worden in de uitgave afgewisseld door tekeningen van Shang Ch’in.

Over Shang Ch’in blijf ik schrijven, voor Terras, halverwege een eerdere rubriek voor De Groene en voor De Revisor. Als je je pen stug maakt voor ingevingen komen ze later als een magneet op je af, schreef Walter Benjamin. Shang Ch’ins oeuvre is niet groot. Het bestaat deels uit prozagedichten en deels uit verzen. Opvallend genoeg hebben die prozagedichten me altijd meer aangesproken. Nooit worden het verhaaltjes. Iedere regel heeft een kwinkslag, een verrassende wending, afbrekingen zouden er te veel aan zijn. Het is die mengelmoes van gewoonheid en het compleet absurde, van humor en een wekere wrangheid of gelatenheid en die toch onmiskenbaar Aziatische blik van de dichter die het zo aantrekkelijk maakt.

Dat uit zich bijvoorbeeld in grapjes over het boeddhisme. Er is een stem en die kan niet plaatsen waar de ik-figuur, de spreker, vandaan komt, alle aanduidingen te spijt. Als hij de tegenvraag krijgt waar hij dan wel niet vandaan komt, antwoordt de stem: ‘het heel-al’. Vertaler Silvia Marijnissen spreekt van hyperrealisme wat betreft Shang Ch’ins werk. Ze heeft de dichter vaak gesproken, het klinkt als een reactie op het label surrealisme waar hij zich van wilde ontdoen, al erkent hij Max Jacobs als inspiratiebron. Raar genoeg is in die vaak humoristische cartooneske settings van Shang Ch’ins prozagedichten dat surreële helemaal niet gezocht. Toen Shang Ch’in als vijftienjarige jongen door het leger op straat werd opgepakt, begon hij te deserteren. Hij werd weer door een ander leger opgepikt, als deserteur gevangen gezet, onophoudelijk. Deserteren, gevangenschap, is dan ook zijn thema. In een van de cellen waar hij zat opgesloten lagen dichtbundels van Lu Xun en Bing Xian, nieuwe literatuur die de klassieke schrijftaal verruilde voor de spreektaal. Volksliedjes die hij onderweg oppikte zijn van belang voor zijn werk. Een beeldhouwer heeft ‘lila handen’, ze ‘hieuwt’ de spreker ondersteboven, maakt zijn schaduw. ‘Ik kom niet om in jou op te gaan, ik wil juist vanuit jouw handen verrijzen.’ Shang Ch’in tekent zijn gedichten, het zijn gekalligrafeerde portretten in taal. Een kalkoen ‘praat over liefde, maar gaat zelden met zijn geliefde uit wandelen./ Denkt ook, vaak zelfs, maar niets wat voor ons begrijpelijk is.’ Soms is het in het begin van de tekst zoeken naar het onderwerp van het gedicht, vloeistof bijvoorbeeld waartoe een vrouw in een wachtkamer van een station ‘verloomd’, of licht in de bus die over de plattelandswegen raast en dan de gesprekken erin, over ‘hoe een zangeres in een opera een roestige staaldraad uit haar keel trok en over een bas die op een of ander podium met veel moeite een kalf baarde’. Dit is een zin waar Antonin Artaud geel van jaloezie om had kunnen worden: ‘donker perst hun stemmen tot een gembersnoepje’. En dat is het rake van Shang Ch’ins werk. Met de Chinese achtergrond wordt dat zware van het surrealisme vederlicht. Het past, het wordt natuurlijk. De nachtvelden rond de donkere bus zijn ‘net zo oogverblindend als bloeiende lila waterkalebasbloesem in een meertje’. Dat was dus het onderwerp, die waterkalebas, we hebben erop gewacht.

Shang Ch’ins wonderlijkheid wordt gerelativeerd door altijd concrete beelden, een springstrook in de berm van een bocht, en relativerende, prozaïsche tussenvoegingen (‘– hij is een beetje in de war –’). Opvallend is dat de gedichten die ik middels voorpublicaties en Engelse vertalingen al kende nu plaatsmaken voor gedichten die ik nog niet goed heb bestudeerd. Ontsnappende hemel is wat dat betreft een zeer rijke bundel. In het gedicht Grens is er sprake van een belemmering, die onzichtbaar is, waar een agent tegen stuit terwijl er in de verte een oorlog bezig schijnt. Niet is: schijnt. Ook die belemmering heeft te maken met een ontsnapping, er volgt een weefgetouw tussen de blik van een zwerfhond en een gevangene die de resten van de droomwereld weerkaatst op de glasscherven op een gemetselde muur. Het zijn korte en simpele tekstjes, maar uiterst verstrekkend, het is een ragfijn en existentieel spel dat hier gespeeld wordt.

 

Wat er bij Shang Ch’in aan de hand is, is dat de handeling direct al een metafoor op zichzelf vormt, dat er geen parallelle, vergelijkende omschrijving plaatsvindt die de tekst log maakt, maar dat het gestelde zelf al de verbeelding vormt. Het metafoor is in de tekst besloten, staat er niet buiten, en dat maakt het werk modern. Eet de protagonist een half haantje uit een fastfood-restaurant, dan zit hij op een bank die een poot mist en realiseert hij zich hoe lang hij geen haan meer heeft horen kraaien. Handen die als duiven worden losgelaten, bevrijd, schieten de lucht in. Gevangenen groeien alleen maar in de nek, en nee, het is niet zo dat de ramen in de gevangenis te hoog zitten, zegt de directeur, ze kijken simpelweg op naar de Tijd. De bewaker snapt niet wat Tijd voor figuur is, heeft die nooit gezien, en gaat ’s nachts wakend op zoek voor de kooi van de giraffen. Er is geen onderscheid tussen vergelijking en handeling, zo kunnen deze kleine tekstjes duizelingwekkend zijn, zonder dat ze ooit geforceerd aandoen. Bovendien, voor het geval u het nog niet wist: ‘schaduwen zijn tastbare algen’.

Ontsnappen: een gevangene maakt van de bomen en twijgen die hij met hand en tand heeft geveld een deurpost in zijn openluchtcel, hij gaat erdoor naar binnen en naar buiten, onder ‘nog geen sprankje hemel’. Als het lichaam gemarteld wordt, verlaat het de net ontwaakte ziel, ‘terugkerend van de rosse buurt van de droom’. De ziel zweefde weg ‘zoals bloemengeuren een raam binnen sijpelen’. Shang Ch’in beschrijft waarom je je altijd uit moet kleden in het donker, om wille van het ‘onstoffelijk zwart kristal’.

 

Een kind vraagt de naam van een boom en de man heeft geen zin om te antwoorden. ‘Een boom’, zegt hij en kom maar terug over een half jaar, als je zeven bent. Maar de jongen keert niet terug, en als de man tegen een grijsaard zegt ‘dit is het blad van een esdoorn’ snuift die verontwaardigd. Het gaat er natuurlijk primair om hoe Shang Ch’in het omschrijft, de zes maanden gaan voorbij ‘alsof ze een vennetje waren overgezwommen’, de grijsaard heeft de uitdrukking ‘van herfstgraslanden in zijn ogen’. Er is een monoloog van een kind tegen twee waterbuffels, die hen voordoet gras te eten, die zo levensecht is dat de monoloog herinnerd lijkt of door een derde waargenomen moet zijn.

In het gedicht Geluidssnelheid wordt het lichaam van iemand die van een brug springt vergeleken met een filmdummy. Een halve seconde blijft die stil in de lucht hangen, ‘tegengehouden door de schrille kreet die hij zelf slaakte toen hij sprong en die terugkaatste van het wateroppervlak, daarom klonk er toen hij in het water viel enkel een doffe klap’. Het gedicht is geschreven ter nagedachtenis van Wang Ying-hsien, die toevallig het neefje was van een bankovervaller, de eerste in Taiwan, en door de politie dood na marteling van de brug is gegooid. Op de vraag van Shang Ch’ins Engelse vertaler Steve Bradbury waarom de dichter het gedicht niet direct publiceerde na de zogenaamde duik, antwoordde hij dat hij graag zijn twee dochters op zag groeien, en dat hij van zijn drankje ’s avonds hield en om een of andere reden serveerden ze nog steeds geen drankjes in de gevangenis.

Bijna de helft van Ontsnappende hemel komt uit Shang Ch’ins debuut, Droom of dageraad. De gedichten uit het tweede deel, de tweede bundel Denken met voeten, hebben vaker het boeddhisme als onderwerp, of gaan uit van een bepaald boek uit de Chinese oudheid. Silvia Marijnissen verklaart dergelijke gedichten met voetnoten. Een oom van de andere kant, de koude kant zouden ze in mijn familie zeggen, komt terug als zeelucht die kolkt in de gordijnen. Doden keren terug naar alle plaatsen waar ze in hun leven zijn geweest, ze ‘nemen het terug’ voordat hun ziel rust kan vinden. Daarbij zit wel eens wat in de weg of bemoeilijkt die terugtocht, een kogelsplinter die als medaille wordt aangezien. Taiwanezen verzamelen overgebleven botten na de crematie en wassen en drogen die, om ze samen met de as in de urn te begraven. Ook daar weet Shang Ch’in humor van te maken, hoe wonderlijk het ook moge klinken.

 

‘Geluk is wat een mens onthouden wordt’, zegt een man tegen zijn geliefde, die hem prompt verlaat. Daarvoor in de plaats is er een poes die door de muur kan lopen, terwijl de vrouw met lange nagels haar afscheidsboodschap op het behang had gekrast. Veel van de gedichten lezen als een parabel. Een hond die met een man oploopt maar verdwijnt na het passeren van de lantaarn is een vreemde schaduw. Shang Ch’in weet in een magistraal prozagedicht heel terloops een mug te beschrijven, hoe die steekt en sterft, vijf pagina’s lang, zonder dat het een seconde verveelt. Een graafmachine hurkt in de woonkamer, ‘zijn enige handpalm/ uitgestrekt naar de keuken’ en ‘in de hoek/ staat een kapotte medicijnpot/ met daarin nog/ het kuchje van de oude huisbaas’.

Humor is een wapen. Het is een verdedigingsmiddel tegen de martelingen die de deserteur ondergaat. Vaak is gras als een rivier die aan je enkels trekt, of het nu citroengras of olifantsgras is.

 

In het gerinkel van de telefoon zitten weilanden

een sprinkhaan wordt enkele tientallen kilometers verder gewaaid

een kat aan het begin van een steegje die opschrikt van een taxi

scheurt juist op zoek naar eten een vuilniszak open

In de stad waar ik woon

overrijden autobanden een paar vergeelde foto’s

 

Sneeuw wordt gemaakt door een enkelzijdig geschreven brief in snippers te knippen. En engelen zijn radeloos over een plein bezaaid met lichamen en dalen als vlokken neer.

 

Toen ik twintig was, hield ik van de Hongaar János Pilinszky. Ik kende zijn gedichten uit het hoofd. Toen ik dertig was van Henri Michaux. En nu hou ik van het werk van Shang Ch’in. Het zijn die parels die die exercities zin geven, het uitspellen van die bundels, het verslaan van wat je leest. Het zijn die zeldzaamheden die de veelheid aan wat er verder verschijnt weer even draaglijk maakt, die terloops en op het eerste gezicht afstandelijk donders goed duidelijk maken waar het om gaat.

 ________________________________

Marek Sindelka, Polaroid. Voetnoot, 84 blz., € 8,-.

Shang Ch’in, Ontsnappende hemel. Voetnoot, 86 blz., € 17,50

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact