|
De Belgische filmmaker Henri Storck maakte in 1929 Images d’Ostende. Het werd zijn eerste film.
Storck filmde het strand aan Oostende, de zee, de golven, het zand. Minutieus volgde hij schuimvlokken, voetafdrukken, regendruppels die in zee vielen, de exacte en variabele rand van de branding. Zwijgende films als Image d´ostende werden in de tijd van de zgn. 'stomme' film vaak vertoond met een explicateur naast het doek. Iemand die uitlegde wat er te zien was. Film was nog nieuw en moest toegelicht. Geheel geluidloos was de voorstelling zo niet. Voor de eerste biennale van het Filmmuseum in 2003, vroeg Jan Baeke aan Arjen Duinker, K. Schippers, Mustafa Stitou en mij nieuwe gedichten te maken bij zwijgende films. De eerste opgave was het vinden van bruikbaar materiaal. Ik zocht in het archief van het Filmmuseum naar straatbeelden, landbeelden, stadsbeelden en strandbeelden. Beelden die kaal genoeg bleven om gedichten naast te plaatsen. Daar bleken er niet veel van te bestaan.
Uit Images d’Ostende selecteerde ik twee fragmenten: 'wind' en 'schuim'. Na tientallen malen een VHS-kopie van de film bekeken te hebben, noteerde ik iets dat ik dacht te zien. Een klein zwart vlekje in het zand stelde ik voor als een steen. Een versteend bot misschien. Zo ontstond de eerste regel 'Een bot ligt in het zand'. De dichtregels die ik vervolgens schreef, pasten bij bepaalde filmshots. Voorgelezen duurden ze even lang als een of twee van die shots. Om het gedicht voor te lezen had ik 'cues' in het beeldmateriaal onthouden. Ik liet stiltes vallen terwijl de film doorging. Ik noteerde wat ik zag. Teksten die zo letterlijk met het beeld samenvallen, dat het niet meer om een gedicht bij een plaatje gaat.
Het Fonds Henri Storck gaf exclusief toestemming de film te vertonen.
De film en voordracht zijn opgenomen in het programma Zog.
Ostende 1 Ostende 2
|