|
De zee heeft de omvang van de wind
en stroomt over op het mergsteen door de wind bewerkt voor de zee een strandloper loopt langs de wind en telt met zijn stappen de losse delen van het zand en de losgewaaide koppen van de zee en de losgekomen vlokken van de wind rollende kruipende schuivende stukken van een eiland dat voor even stilstaat op de rand van de zee hoeven vergruizelen het steen de zee draagt het bot naar de kant het zand koelt af in de wind schuimvlokken meten de omvang van een eiland dat tijdelijk ontstaat onder de voetstap van een strandloper buiten de wind boven de zee.
|