Deze recensie verscheen in Ons Erfdeel, 52ste jaargang, nummer 2, mei 2009.

Blauwbekken in een hemelsblauwe stofzuiger

 

Antoine de Kom. De lieve geur van zijn of haar. Querido. 72 p. €17,95

 

door Erik Lindner

 

De vijfde bundel van Antoine de Kom begint in het vliegtuig. Een ik-figuur overdenkt wat zijn vader 'afgelopen week / links recht groetend in de stad' aan hem meegaf. In het tweede gedicht ontwaakt hij ter hoogte van Dakar. Dat De Kom een vliegtuig als ijsbreker neemt, is niet zo vreemd. Zijn werk is doordesemd van de decalage, van een continue jetlag van een vlucht tussen Zuid-Amerika en Europa. De dichter verwoordt de verschillen, de heimwee, met intensiteit. Zijn werk is niet altijd even grijpbaar: zeker de langere verzen kennen hallucinatoire passages. Gedichten die zijn opgedragen aan personen bevatten wel eens particuliere elementen, gedichten die hij in de mond legt of toeschrijft aan historische figuren laten – vooral in zijn eerdere werk – weinig ruimte voor de lezer. Hij kent geen huiver jegens uitheemse woorden als draisine, kalebas of lazuliet. Maar zijn bundels zijn verrassend rijk en melodieus.


Antoine A.R. de Kom debuteerde in 1991 met de bundel Tropen. Meteen daarin waren er elementen die nooit meer uit zijn werk lijken te verdwijnen: palmbomen die met elkaar praten in de passaat, een rode ibis, gezette bruine tantes, een asfaltweg met trottoirs die 'bestaan uit onbetegeld zand'. Het rijm in dat debuut verliep strak: 'Het tropische in poëzie zoek ik, verrukking / Die besloten ligt in een mislukking'. Treffend is het als hij terwijl het buiten 20 graden onder nul is, dik gekleed in de kas van de Hortus Botanicus staat te zweten en de herinneringen aan de echte tropen hem naar het hoofd stijgen: 'ik hijg na van destijds'. 'Ik spreek tropisch – troop onder de tropen.' Antoine de Kom speelt graag openlijk met meerduidigheid. Een troop is ook een metafoor of een stukje melodie.


Antoine de Kom is in 1956 geboren in Den Haag. Hij bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door in Suriname, zoals op al zijn boeken staat vermeld. In zijn gedichten wordt herinnerd hoe drie giraffen met lange wimpers en toverogen hun kinnen op een balkon leggen. De herinneringen van De Kom zijn sterk, of constant, hij verbleef in Suriname van zijn tiende tot zijn vijftiende. Hij is kleinzoon van de verzetsstrijder en antifascist Anton de Kom. Zijn moeder is blank, en een dergelijke halfbloed wordt wel 'mesties' genoemd. Het is onder die naam dat hij zichzelf toespreekt in zijn tweede bundel De kilte in Brasilia uit 1995: 'Mesties, onvast als gaten in het bladerdak / gapen er schaduwen op jouw ontblote blanke negerhuid'. De rijmschema's zijn veranderd in een halfrijm. Hij gebruikt woorden als 'strofenbouw' en 'taaltak'. 'ik lispel vette letters / uit steeds valer alfabet.' Feitelijk is het werk van Antoine de Kom zeer expliciet. Het kent een hechte thematiek. De Kom gaat uit van de paradoxen zwart en wit en komt uit op verstuivend en grauw as. Zijn oude huis in Suriname is leeg, het is een karkas.


In zijn volgende bundels Zebrahoeven (2001) en Chocoladetranen (2004) zijn alle hoofdletters en komma's weg, er springen gaten in de regels en ze hakkelen meer, klinken losser en spreektaliger. De Kom is zijn aanvankelijke stroefheid volledig kwijt. Rijm is er opnieuw maar onverwacht drie regels lager en letterlijke herhalingen geven verschuivingen in wat wel kleine monologen lijken. Mensen worden verward met vogels en hebben veren. 'halfblanksheer' is een typerend woord. Door de werkwoorden (gloren, woekeren, blakeren) klinkt het werk soms wat celebraal. Opvallend is een bevreemdend gedicht over een man in 'zijn holle winkel' die met een opgerolde groene kaars gaat langs natte broden die op de vloer liggen. Op veel momenten in het werk wordt de grootvader afgevoerd, weggehaald 'met hun verhalen zang / van bruin en bloed en bodem'. De Kom is trefzeker in zijn psychologie. 'je kon van buiten je verbeelden jij' spreekt hij zich toe in het warenhuis herinnering: 'in ’t warenhuis waar jij / je alle dagen wilt herhalen'.


'Poëzie is WENDEND WENDING en zo haar eigen richting en ook haar beweging vreemd'. Dat klinkt op een dubbelzinnige manier stellig, de dichter schrijft een poëtica die regels bezweert en niet oplegt: 'het gedicht is zoek zolang de dichter streeft'. In gedichten geschreven voor de dodenherdenking en de bevrijding is hij evenzeer expliciet en spreekt van 'holle ogen / die vrijheid blijven vragen'. Zijn gedichten raken gaandeweg objectiever: impressies blijven op zichzelf staan en zijn niet langer direct gerelateerd aan tropische herinneringen.


Flamingo’s uit Zuid-Amerika worden ganzen in Nederland. De hang naar paradoxen maakt dat de dichter vooral uitersten aftast. 'Is leven kwijlen?' vraagt De Kom zich af. De taal is in zijn vijfde bundel duidelijker geworden, de regels zijn rustiger en de muzikaliteit van zijn taal komt er beter in tot zijn recht. Als we uit het vliegtuig zijn gestapt, klinkt er een lieve stem, die een mooi portret maakt van een meisje met een glazen vis, een grijze beer 'op de boeken bij je bed', en een stenen kat. 'het is niet zo makkelijk om betekenis te zien zonder ons eigen ik,' schrijft De Kom. 'om dit te kunnen verwelkomen / ga ik meestal terug naar een jeugd / die vreemd genoeg is om de mijne / te kunnen worden.'

Suriname komt lichter en gefragmenteerder terug, 'gekodakt', middels een buffel die bij de heg 'langzaam / van de rozen snoept' en een giraf die, als hij door de knieën zakt, kijkt alsof hem net iets invalt. Of iets nog letterlijk herinnering is, lijkt voor De Kom al lang niet meer zo sturend: het 'stijgt uit / mijn verbeelding op.' Mooi is een gedicht over een indiaan die een kamer bewoond met 'zijn dikke gedicht' en in zijn blootje dat gedicht in slaap wiegt voor een groot raam met een fluisterende boom. Een KLM-vliegtuig omschrijft de dichter als een 'hemelsblauwe stofzuiger'. Hij spreekt van helden die nu beelden zijn die je beklimt. Er zijn weer giraffen die ons tevergeefs een kus op het hoofd proberen te drukken. Vreemd is het in de zinderende taal van Antoine de Kom sombere passages tegen te komen, zoals 'het leven is koud voor wie naar woorden dorst'. Zijn vader ijlt inmiddels zijn weggevoerde eigen vader na. In zijn engagement klinkt De Kom opgeruimd: 'alle europese helden met zeer hoge snelheid naar de hel'.


'gedichten maak je niet. / ze liggen aan de ketting in het ruim / wanneer het stormt / dan gaan ze overboord.' Daarmee geeft Antoine De Kom aan waar hij op hoopt: 'de onverwachte aanwas van woorden'. Dat die hem toe mogen komen vliegen in bontgevederde formaties.

 
 
Biografie
Publicaties
Recensies
Recensies
Optredens
Residenties
Redactie
Organisatie
Docentschappen
Links
Voorgrond
Contact